Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.523
Spoedig had nu Mohammed Ghori geheel Hindostan ver-
overd, maar toen hij door de Gakkars, om den dood van
eenigen hunner stamgenooten te wreken, vermoord was, werd
het groote rijk, dat hij gesticht had, verbrokkeld. Een ge-
wezen Afghaansche slaaf, Koetoeb, werd sultan van Delhi
en de stichter van de dynastie der zoogenaamde slavensultans.
Zijne regeering was eene aaneenschakeling van veroveringen,
en nog verheft zich, te midden van de puinhoopen van het
oude Delhi, zijn toren der overwinning, een der grootste
van de wereld. Die toren is bekend onder den naam van
Koetoeb minar en duidt de zege van den Islam aan op de
afgoderij van Hindostan.
Nadat het Noorden van Indië zeer had geleden door het
moorden, plunderen en branden der Mongolen, die hunne
tochten onder Dschengis Khan waren begonnen, bleven de
staatjes der Mohammedanen en der Hindoes elkander voort-
durend bestrijden. De Hmdoes slaagden er niet in, de Mo-
hammedanen te verdrijven, maar dezen gelukte het niet, een
groot rijk in Indië te stichten. Tegen het einde der XVde eeuw
beklom de twaalfjarige Baber, die van Dschengis Khan en
Timoer Lenk beweerde af te stammen, den troon van Khokand
aan de Syr. Op jeugdigen leeftijd veroverde hij Bokhara, waar-
uit hij echter door de Oesbegs weder verdreven werd, en
daarna stichtte hij zich een rijk in Afghanistan. Van hier
viel hij in Indië. Aanvankelijk was hij niet voorspoedig, maar
eindelijk veroverde hij Delhi, en toen trok hij op Agra aan.
Nu besloten de Eadjpoets eene nieuwe poging te wagen om
de Mongolen terug te werpen. Om de geestdrift zijner troe-
pen op te wekken, liet Baber, die tot nu toe de voorschrif-
ten van den lélam slecht was nagekomen en zich schuldig
had gemaakt aan het drinken van wijn, al zijne wijnbekers
openlijk aan stukken slaan, en legde hij de gelofte af, dat
de verboden drank nooit weer over zijne lippen zou komen.
De slag was hevig en bloedig, maar beslissend. De Eadjpoets
werden volkomen geslagen en hebben sedert nooit meer eene