Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.522
eenigen huisdienst voor hem te verrichten. Terzelfder tijd
zou de Swayamvara zijner dochter gevierd worden. De Swayam-
vara of „vrije keuze", was eene huwelijksplechtigheid, waarbij
verondersteld werd, dat eene jonkvrouw zelve de keuze deed
van een echtgenoot. De radja van Delhi en de dochter van
den maharadja beminden elkander, maar hij achtte het te
vernederend om als deurwachter dienst te doen op het feest
en weigerde daarom te verschijnen. De maharadja was hier-
over zoo vertoornd, dat hij een beeld van den radja van
Delhi liet maken en aan den ingang der feestzaal plaatsen.
Toen hel feest in vollen gang was, begon de plechtigheid der
Swayamvara. Sierlijk getooid kwam de bruid binnen met den
huwelijkskrans, dien zij haar aanstaanden echtgenoot moest
aanbieden, in de hand. Zij liet hare blikken langzaam de ge-
heele vergadering rondgaan, liep toen eensklaps naar den ingang
en hing den krans om het beeld van haar geliefde. Op dit gezicht
ontstelden alle aanwezigen, en eer iemand in staat was een woord
te spreken, verscheen de radja van Delhi, die onmiddellijk zijne
bruid medevoerde en spoorslags met haar wegreed.
De maharadja spoorde nu Mohammed Ghori aan, een in-
val in het rijk van zijn schoonzoon te doen. De Afghaansche
ruiters trokken het gebied van Delhi binnen, maar de radja
kon niet besluiten zijne vrouw te verlaten en hen te gemoet
te trekken. Eerst toen de vijand voor de poorten der stad
stond, deed hij zijn maliënkleed aan, en viel hij aan het
hoofd zijner strijders den vijand aan. Thans was het echter
te laat. Hij sneuvelde, dapper strijdende, en zijne bedroefde
weduwe liet zich met zijn lijk op denzelfden brandstapel ver-
branden. De maharadja had weldra reden berouw te gevoelen
over de wijze, waarop hij wraak had genomen op zijn schoon-
zoon. Mohammed Ghori trok na de verovering van Delhi
tegen hem op, versloeg hem, en dreef hem met zijn gansche
leger in den Ganges, waarin hij verdronk. Zijn lijk werd op-
gevischten herkend aan zijne valsche tanden, die met goud-
draad bevestigd waren.