Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.518
terug naar de rivier de Don om van daar weder noordwaarts
over de Oerga, eene zijrivier der Oka te trekken. In dezen
tijd wist de geestelijkheid de Moskovieten op te wekken, als
één man ter verdediging van het vaderland naar de wapenen
te grijpen, en tevens Iwan, die de groote macht der Gouden
Horde vreesde, moed in te spreken. Toen de voorhoede van
Achmat's leger over de Oerga wilde trekken, werd zij door
de Russen teruggeslagen. Spoedig daarop was het gansche
vijandelijke leger langs den rechteroever der rivier gelegerd,
terwijl Iwan's troepen den linkeroever hadden bezet. Drie
dagen lang beschoten de legers elkander, waarbij de Russen
zich van vuurwapenen en pijlen, hunne vijanden zich alleen
van pijlen bedienden. Iwan raadpleegde daarop met zijne
onderbevelhebbers, die eenstemmig van oordeel waren, dat er,
hoe sterk de vijand ook was, slag moest worden geleverd,
en men voor het vaderland diende te overwinnen of te sterven.
Iwan, die zijne heerschappij niet afhankelijk wilde maken
van den uitslag van één gevecht, besloot daarom onderhan-
delingen te openen. Achmat stelde zulke zware eischen, dat
Iwan ze niet kon aannemen. Nog twee weken bleven de
legers tegenover elkander, toen de vorst inviel, en de rivier
weldra met ijs bedekt werd. Terwijl de Russen begonnen
te vreezen, dat de vijanden thans over de rivier zouden komen,
gaf Iwan bevel om terug te trekken naar eene groote vlakte,
die, naar hij voorgaf, een beter slagveld aanbood. Wellicht
zagen zijne troepen in, dat juist die vlakte aan den vijand
betere gelegenheid gaf dan de oevers der Oerga om zijne
talrijke ruiterij te ontwikkelen, want weldra veranderde de
aftocht in eene vlucht. Zoodra Achmat bericht kreeg, dat
de Moskovieten waren afgetrokken, vreesde hij, dat dit eene
krijgslist was. Zijne troepen waren dezelfde meening toegedaan
en sloegen daarop insgelijks op de vlucht.
Terwijl dit plaats had, was een Jeger uit de Krim, versterkt
door 16,000 Kozakken, van de oevers der Wolga in het ge-
bied der Gouden Horde gevallen en had daar alles verwoest.