Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.517
Zuiden Ket khannaai van Kaptschak, in het Westen Litthau-
wen en Twer en in het Noorden het door de Duitsche orde
beheerschte land en de staat Nowgörod.
Iwan stelde zich ten doel de verschillende deelen van Rus-
land onder de heerschappij van den grootvorst van Moskou
te brengen. Met sluwheid en onwrikbaarheid bracht hij zijne
plannen ten uitvoer. Nadat hij Kasan had onderworpen, viel
hij den staat Nowgorod aan. Deze zocht daarop hulp bij Lit-
thauwen, doch werd na twee veldtochten geheel onderworpen.
Iwan hief in de stad de volksvergaderingen en het oude stads-
bestuur op, liet de klokken, die het zinnebeeld der burgerlijke
vrijheid waren geweest, aan stukken slaan, en verplaatste
meer dan duizend der aanzienlijkste gezinnen naar andere
steden, vooral naar Moskou. Hij lijfde nu door de kracht
zijner wapenen het aan zilvermijnen en pelsdieren zoo rijke
Perm bij het Moskovitische rijk in en trad daarop in den
echt met Sophia, eene nicht van den laatsten Byzantijnschen
keizer, op grond waarvan hij zich als erfgenaam van diens
rijk beschouwde en er het wapen, den tweekoppigen adelaar,
van overnam.
Iwan, die nog steeds de macht der Gouden Horde vreesde,
had voortdurend getracht met haar op voet van vrede te
leven. Toen haar khan Achmat, die zich als leenheer van
den grootvorst der Moskovieten beschouwde, eischte, dat
deze hem de sedert lang niet betaalde schatting zou opbren-
gen en hem als zijn Czaar hulde zou komen bewijzen, vol-
deed Iwan daaraan wel niet, maar hij zond hem toch ge-
schenken en liet zich verontschuldigen. Tegelijkertijd wak-
kerde hij de verdeeldheden, die in den boezem der Gou-
den Horde heerschten, krachtig aan, en toen hij eindelijk
den khan van de Krim tegen diens opperheer Achmat in
bescherming nam, viel deze, ondanks Iwan's verzekering, dat
hij den vluchteling slechts bescherming had verleend om
hem onschadelijk te maken, met een groot leger in Moskovië.
Daar hij de Oka door de Moskovieten bezet vond, trok hij