Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.512
lateren koning van Polen, ten strijde kwam, alsmede, met
toestemming van de Khans der Gouden Horde (Mongolen, die
toen Eusland overheerden). Russen en Tataren, Langs ver-
schillende wegen trok dit leger Pruisen binnen, totdat het
nabij Koningsbergen door de troepen der Orde onder den
beroemden hoogmeester Winrich Von Kniprode werd tegenge-
houden. Er had een geduchte slag plaats, die met de over-
winning der Orde eindigde.
Onder de langdurige regeering van Winrich Von Kniprode
(1351—1382) en die van zijn opvolger bereikte de Orde het
toppunt van macht. Zij bevorderden den handel en de nijver-
heid, lieten geleerde Duitschers overkomen om de ridders der
Orde te onderwijzen, stichtten in ieder dorp, waar ruim 60
boeren woonden, eene school, en te Marïënburg en te Ko-
ningsbergen geleerde inrichtingen. Dit alles betrof echter
alleen de Duitsche inboorlingen. De eigenlijke Pruisen, die
het ontzettend groot aantal lijfeigenen uitmaakten, hadden
een bitter lot. De tijd van welvaart nam een einde, toen
Jagello door zijn huwelijk met Hedwig als Wladislav den
Poolschen troon had beklommen. Hij was een vijand van
de Orde en verbond zich tegen haar met zijn neef Witold,
den grootvorst van een deel van Litthauen, die de Duitschers
in de Oostzee wilde dringen, opdat zij daar zouden verdrin-
ken. Met een leger, dat door Tataarsche en heidensche hulp-
troepen was versterkt, vielen Wladislav en Witold in Pruisen.
Bij Tannenberg werd het leger der Orde volkomen geslagen
(1410), en sedert was het met de grootheid der Orde gedaan.
De ridders begonnen zich aan zwelgerij en verkwisting over
te geven, en tevens ontstonden partijschappen onder hen. Naar-
mate de vrees voor de Orde afnam, gevoelde men meer het
drukkende van haar bestuur, en de ontevredenheid tegen
haar nam zoo toe, dat zich in Pruisen een verbond tegen
haar vormde, onder den naam van Hagedissenvereeniging.
In dezen tijd was ook de mark Brandenburg, met welke
Pruisen later vereenigd werd, aan partijschap ten prooi. Een