Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.498
achting voor zijn persoon, eenstemmig zijne twaalfjarige oud-
ste dochter Maria tot koning. De twee vrouwen, die over
Hongarije hebben geregeerd, genoemde Maria en in de
XVIII^e eeuw Maria Theresia, droegen den titel van koning;
door koningin verstonden de Magyaren de gemalin van een regee-
rend koning. Maria huwde in 1385 met Sigismund, die in 1410
keizer van Duitschland werd, en stond dezen hare koninklijke
rechten af. Gedurende de vijftig jaren, dat hij over Hon-
garije regeerde, was dit rijk voortdurend in vinnige oorlogen
met de Turken gewikkeld, die hunne veroveringen in het
Byzantijnsche rijk meer en meer uitbreidden. Na zijn dood
(1437) hadden er twisten plaats over de troonopvolging,
totdat in 1440 de Poolsche koning Wladïslav algemeen werd
erkend. Deze zette den oorlóg tegen de Turken voort. Onder
het opperbevel van Johannes Hoen^adi versloeg zijn leger de
Turken in vijf achtereenvolgende veldslagen en veroverde het
verscheidene steden. Sultan Moerad zond daarop een gezant-
schap naar Hoenyadi, dien hij voor den tweeden koning van
Hongarije hield, om vredesonderhandelingen aan te knoopen.
Het werd echter door Hoenyadi naar koning Wladïslav verwezen,
die terstond een vrede voor tien jaren sloot. De koning be-
zwoer hem op de Evangeliën, de Turk op den Koran.
Enkele dagen daarna ontving Wladislav twee brieven, den
eenen van den Griekschen keizer Johannes Paleolögus, den
anderen van kardinaal Condolmieri, den bevelhebber der ver-
bonden vloten van den paus, van Genua, van Yenetië, van
Prankrijk en van Bourgondië. Zij berichtten hem, dat er in
het Turksche gebied in Azië een opstand tegen Moerad was
uitgebarsten, dat deze door de vloten der verbondenen, die
in den Hellespont kruisten, van Azië was afgesneden en dus
de tijd was aangebroken om de Turken uit Europa te ver-
drijven. Kardinaal Juliaan overtuigde Wladïslav, dat hij zijn
pas afgelegden eed kon verbreken, ten eerste, omdat een
Christen aan ongeloovigen zijn woord niet behoefde te hou-
den, en ten tweede, omdat hij niet bevoegd was geweest