Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.490
het voeren van den oorlog. Toor Eduard IV was dit minder
noodig, daar de koninklijke schatkist ruim voorzien werd door
de opbrengst van de adellijke goederen, die door verbeurdver-
klaringen aan de kroon vervallen waren. Men schat de konink-
lijke domeinen uit dien tijd op bijna een vijfde van den En-
gelschen bodem. Bovendien dreef Eduard IV op groote schaal
handel. De koningsschepen, beladen met tin, wol en laken,
bezochten in grooten getale de havens der Middellandsche Zee,
Na zijne troonsbeklimming leidde Eduard IV een losban-
dig leven, maar toch wist hij zich bemind te maken, omdat
hij minzaam omging met aanzienlijke burgers en rijke koop-
lieden en zijne bescherming verleende aan William Caxton,
die na dertig jaren in Vlaanderen te hebben doorgebracht,
het laatst als schrijver van Maria van Bourgondië, in 1476
te Westminster de eerste boekdrukkerij in Engeland oprichtte.
Dewijl de koning echter geene enkele nieuwe vrijheid verleende,
in strijd met hetgeen alle koningen sedert Jan zonder Land
hadden gedaan, en men zijn streven naar het onbeperkt ge-
zag begon op te merken, ontstond er eene algemeene onte-
vredenheid. Eichard, hertog van Gloucëster, de broeder van
Eduard, en even geslepen en wreed als deze, zocht van die
stemming partij te trekken. Zoodra Eduard IV overleden
was, wist Eichard zich van diens jeugdigen zoon Eduard V
meester te maken , de bloedverwanten der koningin terecht
te laten stellen en zich door het parlement tot protector des
rijks te laten verklaren. Dit alles geschiedde in overleg met
den Koninklijken Eaad, dien Eduard IV had opgericht. Maar
nauwelijks was er eene maand verloopen of Eichard kwam
op zekeren dag de raadskamer in den Tower binnen en be-
schuldigde lord Hastings, den voorzitter, van tooverij en aan-
slagen op zijn leven. Schijnbaar in drift sloeg hij hard met
zijne vuist op de tafel, en onmiddellijk daarop werd het ver-
trek met gewapenden gevuld. „Ik wil niet eten eer zij mij
uw hoofd hebben gebracht," schreeuwde Eichard den ont-
hutsten president toe, en op hetzelfde oogenblik sleepten de