Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.489
wiek, die, ontevreden dat al zijne eischen niet werden inge-
willigd , eene overeenkomst sloot met koningin Margareta.
Deze zou haar zoon met zijne dochter laten huwen, op voor-
waarde, dat hij Hendrik VI weder op den troon plaatste.
Op een tijd, dat Eduard IV in 't Noorden was om een opstand
te dempen, werd Hendrik VI door War wiek uit zijne ge-
vangenis verlost. De Koningmaker, gelijk Warwick nu ge-
noemd werd, vond echter geene genade in de oogen van de
Lancastersche partij, wier voornaamste leden hij zoo mee-
doogenloos had uitgeroeid. Zoodra Eduard IV, die eerst naar
Erankrijk was gevlucht, in Engeland terug was gekomen om
den troon te heroveren, zocht Warwick weder onderhande-
lingen met hem aan te knoopen. Eduard IV wilde echter
niets van hem weten. Hij versloeg hem en behaalde kort
daarna eene overwinning op Margareta, die gevangen genomen
werd, terwijl haar zoon sneuvelde. Men verhaalt, dat Eduard
het verzoek om genade van den jeugdigen koningszoon be-
antwoordde door hem met zijn ijzeren handschoen een slag
in 't aangezicht te geven, en dat zijne broeders, de hertogen
van Gloucéster en Clarënce hem daarop doorstaken. Kort
daarop overleed Hendrik VI in den Tower te Londen en be-
gon met Eduard IV eene nieuwe dynastie.
De bloedige oorlog van de Roode en de Witte Roos, die
in het geheel aan 12 vorsten van koninklijken bloede, 200
hooge edelen en 100,000 lage edelen en andere personen het
leven kostte, richtte bijna uitsluitend verwoestingen aan onder
de machtigste edelen en hunne vazallen, en brak daardoor
grootendeels de macht der koninklijke leenmannen.. Geene
steden werden er verwoest; handel en nijverheid bleven onge-
stoord en geraakten zelfs tot grooten bloei door het toenemend
verkeer met Vlaanderen.
Eduard IV, die veel minder dan zijne voorgangers den
adel behoefde te ontzien, bekreunde zich ook weinig om het
parlement. De koningen uit het huis van Lancaster hadden
het ieder jaar bijeengeroepen om gelden aan te vragen voor