Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
483
hij gevangen werd gehouden, zag de koning zich uit vrees
voor zijn leven gedwongen, afstand te doen van den troon,
en daarop verhief het parlement Lancaster als Hendrik IV tot
koning.
Om rustig te kunnen regeeren wist de nieuwe koning het
parlement te doen besluiten, dat Eichard II voor zijn leven
in eene geheime gevangenis zou worden opgesloten, en daarop
werd de onttroonde vorst naar het kasteel Pontefract in York
gevoerd. Ofschoon zijne verblijfplaats aan zijne aanhangers
onbekend was, waagden dezen het toch een opstand te be-
ginnen tegen Hendrik IV, dien zij als een overweldiger be-
schouwden. Zij werden echter geslagen en door Hendrik IV
aan de woede des volks overgeleverd. Velen hunner, die tot
den hoogen adel behoorden, werden onthoofd of gevierendeeld,
en de hoofden werden aan Hendrik IV gezonden, die ze bij
den intocht, dien hij na het dempen van den opstand in
Londen hield, op de daarvoor bestemde plaatsen op staken
liet zetten tot een afschrik van oproermakers. De opstand
had voor Eichard II het droevige gevolg, dat Hendrik IV
hem heimelijk in zijn kerker liet ombrengen.
Hendrik IV wist voortdurend de meerderheid van het par-
lement op zijne hand te houden door het recht van dit
lichaam om belastingen toe te staan of te weigeren onge-
schonden te laten; overigens handelde hij met de grootste
willekeur. Zijne regeering werd onophoudelijk verontrust door
opstanden, die hij met de meeste wreedheid dempte. Veel
verdriet had hij gedurende zijne laatste levensjaren van zijn
talentvoll en , dapperen zoon en opvolger Hendrik, die zich
aan de grofste uitspattingen overgaf, en met zijn vader in
openbare vijandschap leefde. Hendrik verzoende zich echter
met zijn vader op diens sterfbed, en toen hij den troon had
beklommen, scheidde hij zich af van de makkers, met welke
hij zich aan losbandigheid had overgegeven, en veranderde
hij plotseling van levenswijze.
Nog meer dan zijn vader steunde Hendrik V de geeste-