Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.502
ten geheel willekeurig te regeeren, en deed hij dit in zoo hoo-
ge mate, dat hij zich algemeen gehaat maakte. Toen in het
volgende jaar de vader van Hendrik van Lancaster overleed ,
wilde deze diens erfenis aanvaarden, maar Richard II verklaarde,
in strijd met hetgeen hij Hendrik beloofd had, dat een bal-
ling van het erfrecht was uitgesloten. Kort daarna onder-
nam Richard II een krijgstocht in Ierland. Tijdens zijne
afwezigheid droeg hij het regentschap aan zijn oom, den her-
tog van York, op.
Onder deze omstandigheden waagde Hendrik van Lancaster
het, met eene kleine afdeeling gewapenden in Engeland te
landen, en vond er zooveel bijval, dat hij weldra over een
leger van 60,000 man kon beschikken. Toen eerst keerde
Richard uit Ierland, waar hij weinig voordeel had behaald,
terug. Zijn leger liet hem grootendeels in den steek, en
daarop zag hij zich genoodzaakt als monnik verkleed naar
Conway in 't Noorden van Wales te vluchten.
Hendrik van Lancaster achtte het van 't grootste belang,
zich van den persoon des konings meester te maken en vond
in den graaf van Northumberland een gewillig werktuig om
zijn doel te bereiken. Northumberland begaf zich naar Con-
way en verzekerde er Richard II onder eede, dat Lancaster
geene andere bedoeling had, dan zich in 't bezit te stellen
van zijn vaderlijk erfgoed, en niets liever wenschte dan zich
met den koning te verzoenen. Hij wist Richard II over te
halen tot eene bijeenkomst met Lancaster te Elint, eene zee-
haven ten O. van Conway, en begaf zich met hem daarheen,
De koning kreeg onderweg kwaad vermoeden en wilde terug-
keeren, doch Northumberland dwong hem de reis voort te zet-
ten , en te Elint nam Lancaster zijn koninklijken neef ge-
vangen. Terstond werd deze gedwongen het parlement bijeen
te roepen. Hendrik van Lancaster begaf zich daarop naar
Londen, den koning met zich voerende, die onderweg vruchte-
looze pogingen deed om te ontsnappen en door de bevolking
der hoofdstad met smaad werd bejegend. In den Tower, waar