Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.481
Door zich vriendelijk en welwillend voor te doen en raads-
lieden te kiezen, die het vertrouwen des volks bezaten, wist
Richard II zich zóó bemind te maken, dat het parlement
zich geheel naar hem schikte. Toen hij eens een Engelsch-
man met een aanzienlijk geestelijk ambt had bekleed, en
paus Bonifacius IX daartegen in verzet kwam, vaardigde het
parlement in 1392 de zoo belangrijke wet van praemunire
(beschutting) uit, waarbij ieder, die het koninklijk recht
krenkte, o. a. door van den paus een geestelijk ambt in
Engeland aan te nemen, als schuldig aan hoogverraad werd
verklaard. De goede verstandhouding met het parlement
was echter niet van langen duur, daar hij voor zijne weel-
derige hof houding meer geld noodig had, dan men hem wilde
toestaan. Evenals tijdens den opstand van Wat Tyler wist
hij zich nu door list, leugen en huichelarij van allen te
ontslaan, die hem in den weg stonden. Van menig aanzien-
lijk edelman was het hoofd onder de bijl des scherprechters
gevallen, toen de hertog van Norfolk op zekeren dag aan
's konings neef, Hendrik van Lancaster, de opmerking maakte,
dat hun beider leven ook wel eens in gevaar kon komen.
Hendrik van Lancaster deelde Richard II de woorden van
Norfolk mede , en daarop werd deze ter verantwoording ge-
roepen. De beschuldigde knielde voor den koning en verklaarde
bij eede, dat Hendrik van Lancaster als een verrader had
gelogen. Dewijl het geschil niet door getuigen kon worden
uitgemaakt, moest er thans een gerechtelijk tweegevecht
plaats hebben. In tegenwoordigheid van den koning, den
hoogen adel en eene onafzienbare volksmenigte verschenen de
beide voormalige vrienden, schitterend uitgedost in het
strijdperk. Juist toen het tweegevecht een aanvang zou ne-
men , verbood de koning, dat het voortgang zou hebben, en
verklaarde hij, zelf in de zaak te willen beslissen. Hij ver-
oordeelde beiden om Engeland te verlaten: Lancaster voor den
tijd van tien jaar, Norfolk voor zijn gansche leven.
Nu meende Richard II, dat niemand hem meer kon belet-
11. 31