Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.480
voer hij den Theems af. Het gezicht van de uitgestrekte
legerplaats der opstandelingen deed hem echter den raad van
zijne begeleiders opvolgen , om zijn plan op te geven en terug
te keeren. Teleurgesteld in hunne verwachting, trokken de
boeren tegen Londen op. Het stadsbestuur wilde hen met
geweld te keer gaan, maar de lagere volksklasse opende hun
de poorten. Het eerste werk der boeren was, de kasteelen
der meest gehate edelen in de stad te vernielen. Wie zich
bij die wraakoefening zocht te verrijken en kostbaarheden
voor zich te behouden, in plaats van ze in de vlammen
te werpen, werd oogenblikkelijk ter dood gebracht. Wel
werd er geplunderd en gemoord, doch dit geschiedde door
het gespuis, dat onder de stedelingen en de boeren schuilde.
Nadat de boeren hunne ergste verdrukkers naar hunne mee-
ning de gerechte straf hadden doen ondergaan, hielden zij zich
zoo rustig, dat Richard het waagde den volgenden dag naar
Westminster ter kerk te gaan. Toen hij vandaar terugkwam,
ontmoette hij eene afdeeling boeren onder Wat Tyler, die
den konbg aansprak om hem met de grieven des volks be-
kend te maken. Terwijl hij hiermede bezig was, trok de
mayor (burgemeester) van Londen onverwachts zijn dolk en
doorstak er Wat Tyler mede. De ontsteltenis, die zich op
dit gezicht van de boeren meester maakte, veranderde wel-
dra in woede. Zij maakten zich gereed, de moordenaars te
lijf te gaan, toen Richard II hun met groote sluwheid toe-
riep : //Mannen! Hij was een verrader; ik wil uw aanvoerder
zijn!" De boeren, meenende, dat de koning voornemens was
hunne eischen in te willigen, juichten deze woorden toe en
lieten zich door hem naar eene plaats geleiden, waar zij
gemakkelijk door geregeld krijgsvolk overvallen konden wor-
den. Hij reed daarop naar Londen terug en zond onmiddel-
lijk eene groote afdeeling gewapenden op hen af, door welke
zij geheel uiteengejaagd werden. De opstand was onderdrukt,
en Richard II liet met de meeste gestrengheid over de boeren
rechtspreken.