Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.42
leger en de hertogen moesten hem volgen en gehoorzamen.
Yelen dezer hertogen, vooral die van Spolêto, Beneventum
en Friaul, hadden echter een bijna onafhankelijk gezag.
Aanvankelijk hielden de Langobarden zich streng afgescheiden
van de Romeinen: zij volgden hun eigen recht en huwden
onder elkander. Langzamerhand namen zij echter, hoewel
de Germaansche zucht naar persoonlijke onafhankelijkheid in
hen bleef leven, de taal, de gewoonten en de rechtspraak
der Romeinen over. De gouden kroon van de koningen der
Langobarden wordt de ijzeren genoemd, omdat er een ijzeren
band aan was, naar men zeide, afkomstig van een nagel van
het kruis van Christus.
Paus Gregorius I de Groote.
In den tijd, dat de Langobarden zich van het grootste
gedeelte van Italië meester maakten, was Rome in bevolking
en welvaart zeer afgenomen. De wereldhandel, die er eens
had gebloeid, was te niet gegaan. De schoone villa's in de
omstreken der stad waren verwoest. De aanzienlijkste ge-
slachten waren naar Constantinopel verhuisd. De prachtige
paleizen der stad waren meerendeels onbewoond en vervielen.
Schoone tempels waren uit afkeer van het heidendom om-
vergehaald.
De bisschoppen van Rome, die nog steeds onder het gezag
der Byzantijnsche keizers stonden, begonnen meer invloed te
krijgen, naarmate de heerschappij dier keizers in Italië door
de Langobarden werd beperkt. Dewijl de Byzantijnsche kei-
zers te weinig deden om de stad tegen de Langobarden
te verdedigen, begonnen de bisschoppen zich met de wereld-
lijke zaken te bemoeien. Ook ter bescherming van de uit-
gestrekte landerijen, die aan de kerk waren geschonken,
maakten de bisschoppen van de ruime geldmiddelen, waarover
de kerk te beschikken had, gebruik om troepen te werven.