Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.472
veroordeelden alle inwoners tot slavernij en maakten zich
van al hunne bezittingen meester. Uit vrees, dat de Malaga-
nen hunne kostbaarheden zouden vernietigen of in den grond
verbergen, kondigde hij aan, dat als zij hunne schatten bijeen-
brachten en deze te zamen eene waarde bedroegen, die ge-
acht kon worden groot genoeg te zijn om de bevolking vrij
te koopen, hij deze niet tot slavernij zou doemen. De bevol-
king leverde terstond al hare kostbaarheden uit, doch daar
deze te zamen niet den bedongen prijs waardig werden ge-
acht, moesten de inwoners slaven worden en vielen hunne
schatten in handen van Ferdinand en Isabella.
Nadat het geheele rijk van Malaga veroverd was, eisch-
ten Ferdinand en Isabella de overgave van Grenada, en toen
Boabdil hierop een weigerend antwoord gaf, vielen zij in 1490
de stad aan. Het eerste werk der Spanjaarden was, de om-
streken te vuur en te zwaard te verwoesten, en in 't volgende
jaar sloten zij de stad in. Van weerszijden werd met den
grootsten heldenmoed en de meeste ridderlijkheid gestreden.
De Moorsche ridders kwamen telkens in kleine afdeelingen,
somtijds geheel alleen, buiten de muren der stad om Chris-
tenridders tot een tweegevecht uit te dagen. Zulk een strijd
op leven en dood had niet zelden plaats ten aanschouwen van
de uitgelezen vrouwenschaar, die Isabella vergezelde, en van
de aanzienlijkste Moorsche dames der stad. Toen eens een
Christenridder met een handvol makkers een veel grooter
aantal Moorsche ridders had verslagen, zond koning Boabdil
hem den volgenden dag een prachtig geschenk en daarbij zijn
eigen sierlijk ingelegd zwaard, als een teeken van bewonde-
ring voor den aan den dag gelegden heldenmoed. De Spaan-
sche balladen vloeien over van schilderachtige beschrijvingen
dezer ridderlijke kampstrijden.
De Mooren waren besloten, den strijd tot het uiterste
vol te houden. Zelfs toen de hongersnood zich in Grenada
deed gevoelen, wilden de verdedigers, die nog op hulp uit
Afrika rekenden, van geene overgave weten. Slechts hun