Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.471
schoone Grieksche slavin in zijn harem opgenomen, en daar-
door werd de jaloerschheid van de sultane Zosaja zoozeer
geprikkeld, dat zij een opstand verwekte. Het gevolg hier-
van was, dat Moeley Aboel Hacen zich te Malaga moest
gaan vestigen, terwijl de onervaren zoon van Zosaya, Aboe
Abdallah, door de Spanjaarden Boabdil genoemd, den troon
van Grenada beklom.
De jongere broeder van Moeley Aboel Hacen, Abdallah,
bijgenaamd El Zagal, de Dappere, onderscheidde zich door
zijne heldendaden in den strijd tegen de Spanjaarden en ver-
nietigde een leger der Christenen. Boabdil wilde zich nu ook
door de wapenen naam maken, doch hij werd geslagen en
door de Spanjaarden gevangen genomen. Dewijl het te vree-
zen stond, dat de bevolking van Grenada den met roem
gekroonden El Zagal tot koning zou kiezen, werd Boabdil
op voorstel van Isabella in vrijheid gesteld, onder voorwaarde,
dat hij een tweejarigen wapenstilstand sloot en eene jaarlijk-
sche schatting betaalde. Hij nam deze vernederende voorwaarde
aan , waardoor hij zich in de oogen zijner onderdanen ver-
achtelijk maakte, en den vijanden van zijn volk en zijn
geloof de gelegenheid gaf, het rijk van Malaga met al hunne
macht aan te vallen.
Na eene reeks van bloedige gevechten sloegen Ferdinand
en Isabella het beleg voor Malaga. De Mooren verdedigden
zich met leeuwenmoed en sloegen iedere bestorming af. Fer-
dinand, die zwaar geschut in zijne legerplaats had, bood hun
voordeelige voorwaarden aan, indien zij zich bij tijds overga-
ven. Zijn aanbod werd echter geweigerd en nu spanden de
Spanjaarden alle krachten in om de stad te vermeesteren. Na
verloop van drie maanden hadden zij, door de krachtige
werking van hun geschut, alle buitenwerken der vesting ver-
nield, en daarop boden de Mooren aan, zich op goede voor-
waarden te onderwerpen. Thans eischten Ferdinand en Isabella
overgave op genade en ongenade, en de Mooren zagen zich
verplicht aan dien eisch te voldoen. Ferdinand en Isabella