Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.470
vergieten, werd de doodstraf door de wereldlijke macht ten
uitvoer gelegd. Gewoonlijk werden een aantal ketters te
gelijk op den brandstapel gebracht. Dit had met grooten
luister, in tegenwoordigheid van den hoogsten adel en som-
tijds van het hof, plaats, en heette auto da fe (geloofsdaad).
Bij die gelegenheid droegen de Spaansche grandes er roem
op, in 't zwart gekleed, als famïliaren of dienaren van het
Heilige Officie behulpzaam te zijn, en deel te nemen aan
den optocht, die, aangevoerd door geestelijken in hun prach-
tig ambtsgewaad, de ongelukkige veroordeelden van den ker-
ker naar den brandstapel geleidde. De slachtoffers droegen
bij de terechtstelling eene papieren muts en een geel kleed,
dat tot de voeten reikte. Muts en kleed waren beschilderd
met duivels en vlammen om de helsche pijnen aan te dui-
den, die de ongelukkigen aan de overzijde des grafs te ver-
duren zouden hebben.
De Spaansche inquisitie deed de macht des konings zeer
toenemen, want daar hij de inquisiteurs benoemde, kon hij
dezen ook lichtelijk gebruiken om die personen uit den weg
te ruimen, welke hem hinderlijk waren.
Gedurende verscheidene jaren was de oorlog tusschen de
Christenen en de Mooren gestaakt geweest, ofschoon laatst-
genoemden sedert geruimen tijd de hun opgelegde jaar-
lijksche schatting niet hadden betaald. Toen Ferdinand en
Isabella eischten, dat deze weder geregeld zou worden opge-
bracht, gaf de bejaarde sultan Moelej Aboel Hacen ten ant-
woord: //De munt te Grenada slaat niet langer goud, maar
staal!" De oorlog tegen de ongeloovigen werd ten gevolge
der weigering hervat, geheel overeenkomstig den wensch van
Ferdinand en vooral van Isabella, die hem, meer nog dan
haar gemaal, als een heiligen geloofsoorlog beschouwde.
De Spanjaarden vielen in het rijk van Grenada en ver-
woestten er de graanvelden en de wijnbergen. Zij konden dit
des te ongestoorder doen, dewijl er bij de Mooren eene hevige
tweespalt was ontstaan. De sultan van Grenada had eene