Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.41
was geraakt, dwong hij zijne gemalin Eosimund, mede te
drinken uit de van haar vaders schedel vervaardigde drink-
schaal. Eosimund- besloot hierover wraak te nemen. Zij
spande samen met Helmichis, den schildknaap van Alboïn,
om dezen te vermoorden. Eens dat Alboïn zich ter ruste
had gelegd, verwijderde Eosimund alle wapenen uit zijne
slaapkamer, behalve zijn zwaard, dat zij aan zijne legerstede
bond, en liet toen een zeer sterken man binnen, dien zij
gedwongen had, haar in het plegen van den moord behulp-
zaam te zijn. Zoodra hem eene wond was toegebracht, greep
Alboïn naar zijn zwaard, doch hij was niet in staat het los
te rukken, en nam toen een voetbankje op, waarmede hij
zich zoo goed mogelijk verweerde. Hij was echter niet bestand
tegen zijn goed gewapenden bestrijder en lag weldra ontzield
neder. Helmichis, die spoedig na deze gruweldaad met Eosi-
mund huwde, zocht zich nu van de koninklijke waardigheid
meester te maken, doch de Langobarden, die vertoornd
waren over den moord, aan hun dapperen koning bedreven,
wilden hem niet erkennen. Nu vluchtte hij met Eosimund
en de koninklijke schatten naar Eavenna, waar de exarch
Flavius Longinus hen in bescherming nam. Deze haalde
zonder moeite Eosimund over, hem hare hand te schenken,
nadat zij haar echtgenoot zou hebben vermoord. Eens dat
Helmichis uit het bad kwam, trad Eosimund vriendelijk op
hem toe en reikte hem een beker met een vergiftigden drank
toe, dien zij hem als zeer heilzaam aanprees. Nadat Helmichis
een weinig had gedronken, b^on hij argwaan te koesteren,
en liet hij Eosimund kiezen, met zijn zwaard doorstoken te
worden of het overschot des bekers te ledigen. Zij koos het
laatste, en weldra waren beiden bezweken.
Evenals de Oost-Gothen eigenden de Langobarden zich
een derde deel van den Italiaanschen grond toe, en vormden
zij het leger. Wel kozen zij voortdurend koningen, doch
dezen hadden minder gezag dan die bij de meeste andere
Germaansche volken. De koning was aanvoerder van het