Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.465
van de zich eenige mijlen in zee uitstrekkende zandduinen
der woestijn stond, had men het vroeger niet gewaagd er
voorbij te varen. Zij bereikten nu weldra bewoonde streken,
en terwijl zij vroeger alleen door de geestkracht van Hendrik
den Zeevaarder tochten langs de Westkust van Afrika hadden
ondernomen, begonnen zij het eerlang te doen, door winzucht
gedreven. Zij maakten namelijk jacht op de kustbewoners en
verkochten de gevangenen, die zij maakten, als slaven. Om
de ongelukkigen op te sporen, bedienden zij zich van bloed-
honden, die op de menschenjacht waren afgericht. Kwaad
zagen de Portugeezen er niet in, omdat die slaven toch maar
heidenen waren. Azurasa gaf in 1444 een verslag van eene
menschenjacht, die in dat jaar was gehouden, en daarin komt
o. a. het volgende voor: „Eindelijk behaagde het God, die
steeds de goede werken beloont, den schepelingen, voor de
vele in zijn dienst geleden ellende, een zegenrijken dag, roem
voor hunne moeite en vergoeding voor hunne kosten te schen-
ken, want aan mannen, vrouwen en kinderen ving men niet
minder dan 165 stuks." De slavenhandel, waarvan zelfs
Hendrik de Zeevaarder de voordeden niet versmaadde, dreef
de Portugeezen steeds naar zuidelijker streken, omdat men
daar, waar zij menigmaal menschenroof hadden gepleegd,
beter tegen hen op zijne hoede was, dan in de oorden, waar
zij voor 't eerst verschenen. Zoodoende bereikten zij de kust
van Guinea, waar zij behalve slaven ook stofgoud vonden.
Na den dood van Hendrik den Zeevaarder in 1460 namen
de tochten wat af, omdat koning Alfonsus V er weinig be-
lang in stelde. Zijn zoon en opvolger Johan II echter was
een beoefenaar van sterren-, zeevaart- en scheepsbouwkunde
en bevorderde de zeetochten. Eenige wiskunstenaars aan zijn
hof bedachten de toepassing op de zeevaart van het astrola-
bium of den astronomischen ring, eene koperen schijf over
welke zich eene liniaal kon bewegen, welk toestel loodrecht
werd opgehangen, zoodat men er de hoogte der sterren mede
kon meten. Tevens begonnen de Portugeesche zeevaarders,
11. 30