Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.40
overwinning kon zijn, indien meu zijne gastvrienden met
eigen hand ombracht. De twist werd hierop bijgelegd, en
nadat de maaltijd te midden van gulle vroolijkheid voortgezet
en geëindigd was, schonk Thurisind de wapenen zijns gesneu-
velden zoons aan Alboïn, en liet hij dezen ongestoord naar het
hof zijns vaders teruggaan.
Toen Alboïn zijn vader was opgevolgd, werden de Gepïden
door de Avaren, een volk van Tataarschen stam, in het nauw
gebracht. De Avaren, die vroeger tusschen het meer Aral
en de rivier de Don hadden gewoond, waren door Turksche
stammen Westwaarts gedrongen, hadden het overblijfsel der
Hunnen in zich opgenomen en zich daarna met geweld van
een groot gedeelte van het tegenwoordige Hongarije meester
gemaakt. Yan de moeilijkheid, waarin de Gepïden verkeerden,
meende Alboïn partij te moeten trekken. Hij deed hun den
oorlog aan, en bracht hun eene groote nederlaag toe. Alboïn
liet van den schedel van den gesneuvelden koning der Gepïden,
Kunismund, volgens de gewoonte eene drinkschaal vervaar-
digen en nam zich diens schoone dochter Rosimund tot vrouw.
Ofschoon het rijk der Gepïden door Alboïn vernietigd was,
eigenden de Avaren het zich grootendeels toe, en daar dezen
bovendien gevaarlijke naburen voor de Langobarden werden,
besloot Alboïn zich een nieuw rijk in Italië te stichten. De
exarch Flavius Longinus was te zwak en kreeg bovendien te
weinig hulp uit Constantinopel, om de Langobarden te keer
te kunnen gaan, en terwijl Italië opnieuw door het oorlogs-
zwaard werd geteisterd, had de bevolking bovendien te lijden
van de kinderpokken, welke ziekte zich toen, naar men
meent, voor het eerst in Europa vertoonde. In korten tijd
maakte Alboïn zich van het grootste gedeelte van Italië
meester. Slechts aanzienlijke zeesteden, zooals Venetië en
Ravenna, Rome en Napels bleven bezittingen uitmaken van
het Byzantijnsche rijk.
Alboïn had in het jaar 573 een droevig einde. Eens, dat
hij te Verona een feestmaal gaf en door den wijn opgewonden