Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.454
zwering, die tegen hem beraamd was, werd nog tijdig genoeg
verraden om voorkomen te kunnen worden, en sedert woed-
den zijne vrienden, wien hij de regeeringszaken overliet, met
hevigheid tegen allen, die het geslacht Medici vijandig waren.
Terechtstellingen en schitterende feesten wisselden elkander te
Florence met groote snelheid af. Na zijn dood, die reeds in
1469 plaats had, werden zijne zonen Lorenzo en Giuliano,
steeds met behoud der republikeinsche staatsvormen, als
hoofden van het bewind erkend. Zij volgden het voorbeeld
van hun grootvader om Florence tot een vereenigingspunt
van de uitstekendste kunstenaars en geleerden te maken, doch
zij deden het voornamelijk ten koste van den staat en niet
meer uitsluitend van hun eigen vermogen.
Behalve hun onbeperkte invloed wekten ook hunne wille-
keurige handelingen voortdurend de afgunst en den haat van
sommige aanzienlijke geslachten tegen de Medici op. Zoo
had Lorenzo, door het doen uitvaardigen van eene wet, eene
rijke erfenis, die aan het machtige geslacht Pazzi had moe-
ten ten deel vallen, zich zeiven toegeëigend en het daardoor
van zich vervreemd. De Pazzi, oorspronkelijk een adellijk
geslacht uit den omtrek van Florence, waren door Cosmo
voor bewezen diensten in het popoio grasso opgenomen , en
hadden toen een bankiershuis opgericht, dat weldra tot groo-
ten bloei kwam. Na de erfeniskwestie had IVancesco Pazzi
Florence verlaten en zich te Rome gevestigd, waar hij ban-
kier werd van paus Sixtus IV, een verklaard vijand der
Medici. De paus en zijn bankier waren het weldra met elk-
ander eens, dat er een einde moest worden gemaakt aan de
heerschappij der Medici, en dewijl er te Florence tegen hen
geen recht te verkrijgen, en geen opstand te verwekken was,
bleef er ter bereiking van het doel geen ander middel over dan
Lorenzo en Giuliano te vermoorden. In die dagen beefde men
voor geen moord terug, wanneer men zijn wil verkoos
door te drijven. Er werd eene samenzwering gesmeed, en
nadat men eenige keeren vruchteloos had gepoogd de beide