Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.453
aanzienlijkste bankiershuis der wereld naar Venetië was ver-
plaatst, en door het gemis, dat de kunstenaars, de geleerden
en de lagere volksklasse moesten ondervinden nu Cosmo hen
niet langer ondersteunde. Het gevolg hiervan was, dat reeds
in 1434 tot leden der Signoria en tot gonfaloniere mannen
werden verkozen, die meer of minder op de hand van Cosmo
waren. Toen na eenigen tijd Donati, de gonfaloniere, Einaldo
voor zijn rechterstoel daagde, trok deze met 600 gewapenden
naar zijn paleis. Onmiddellijk greep ook de tegenpartij naar
de wapenen, maar eer het tot een treffen kwam, knoopte men
onderhandelingen aan. Gedurende den tijd, dat deze duurden,
werd de partij der Medici voortdurend door strijders uit den
omtrek versterkt. De aanhangers der Albizi begonnen daar-
door den moed te verliezen en zich te verstrooien. Velen
hunner verlieten onder eene vermomming de stad. Het einde
was dat Cosmo en zijne medeballingen teruggeroepen, en
Einaldo en zijne vrienden verbannen of gevangengezet werden.
Cosmo keerde naar Florence terug en verkreeg er door de
gestrengheid, waarmede hij zijne vijanden vervolgde, en de
mildheid, waarmede hij ieder, die in nood was, geld leende,
een invloed, waardoor hij, ondanks de republikeinsche in-
stellingen , die hij liet bestaan, als een vorst regeerde. Gedu-
rende de dertig jaren, dat in Florence alles volgens zijn wil
geschiedde, besteedde hij van zijn eigen vermogen groote
schatten aan het bouwen van paleizen, kloosters en kerken, die
hij door prachtig schilder- en beeldhouwwerk liet verfraaien,
en aan het oprichten van bibliotheken en musea van antieke
kunstwerken , die hij voor het publiek openstelde. Maar niet
alleen door zijne kunstliefde, ook door zijne wijze staatkunde
schonk hij Florence een groot aanzien naar buiten. Hij stierf
in 1464 oprecht betreurd door de Florentijnen. Zijn zoon
Pietro erfde zijn vermogen en zijn invloed, maar wist zich
niet zoo bemind te maken. Om de geldmiddelen van zijn
huis op een beteren voet te brengen, eischte hij de door zijn
vader aan den staat geleende sommen terug. Eene samen-