Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.452
weldra bood er zich eene aan. In 1433 werden alleen leden
van zijne partij in de Signoria verkozen, terwijl de keuze van
gonfaloniere op Bernardo Guadagni viel. Deze mocht echter
volgens de wet zijn ambt niet aanvaarden, eer hij zijne be-
lastingen had betaald, en daartoe was hij niet in staat. Ter-
stond verklaarde Rinaldo Digli Albizi zich bereid hem de
noodige gelden voor te schieten, en daardoor maakte hij den
gonfaloniere van zich afhankelijk. Op aandrang van zijn
geldschieter daagde de gonfaloniere Cosmo voor zijn rechter-
stoel. De aanhangers van het geslacht Medici rieden Cosmo
aan, het bevel niet te gehoorzamen, maar zich gewapend te
verzetten. Hij besloot echter aan de wet te gehoorzamen en
begaf zich naar het paleis van den gonfaloniere, waar hij
terstond in hechtenis werd genomen, wegens de beschuldi-
ging van ontrouw aan den staat tijdens den oorlog met Lucca.
Rinaldo zocht het nu zoover te brengen, dat Cosmo ter dood
zou worden veroordeeld, doch deze slaagde erin den gonfa-
loniere om te koopen, door wiens toedoen Cosmo en diens
voornaamste aanhangers voor tien jaren uit de stad werden
verbannen.
Nu vestigde Cosmo zich te Venetië, waar hij zijne huis-
houding op denzelfden vorstelijken voet, en zijne bankiers-
zaken op niet minder groote schaal inrichtte als vroeger te
Florence. Niet alleen zochten de aanzienlijke kooplieden uit alle
oorden van Italië zijne gunst en hulp, hij zag zich weldra weder
omringd door eene groote schare geleerden en kunstenaars,
die bij hem bescherming en ondersteuning vonden, en hem
als een vorst vereerden.
Sedert zijn vertrek was de partij van Albizi geheel meester
te Florence. Zij bezette telkens, als er eene volksvergadering
werd gehouden, het plein van 't paleis der Signoria met gewa-
penden, die hare tegenstanders weerhielden aan de bijeenkomst
deel te nemen, en was daardoor in staat in alles haar wil door
te drijven. De ontevredenheid, die hierdoor ontstond, werd niet
weinig vergroot door het kwijnen van den handel, sedert het