Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.447
dottieri (aanvoerders van huurbenden) zich met hunne roof-
zuchtige krijgsbenden in de veeten der edelen mengen. In
dezen nood benoemde het verdrukte volk Baroncelli tot volks-
tribuun, om onder diens leiding aan de verwarring en regee-
ringloosheid een einde te maken. Ondertusschen was Clemens
YI door Innocentius lY vervangen, en deze zond kardinaal
Albernoz als legaat naar Italië, om Eome weder onder het
gezag des pausen te brengen. Albernoz, die vroeger tegen
de ongeloovigen had gestreden, viel met een leger in den
kerkdijken staat, verjoeg de condottieri, bracht de edelen
tot onderwerping en bewoog de Eomeinen, den paus weder
als hun vorst te huldigen. Cola Di Eienzi, die op bevel
van den paus Albernoz verzelde, werd nu door dezen, op
verzoek der Eomeinen, met den titel van senator naar Eome
gezonden. Aan het hoofd van eene afdeeling Duitsche en
Bourgondische huurtroepen trok hij de stad binnen, en werd
met gejuich door de bevolking ontvangen.
Met krachtige hand greep Eienzi de teugels van het be-
wind aan, maar hij bezat geene troepen genoeg om op de
Colonna's, die zich niet aan hem wilden onderwerpen, een
beslissend voordeel te behalen. Het bestrijden der edelen
noodzaakte hem huurtroepen in dienst te houden, en al
had hij zijne levenswijze veel eenvoudiger ingericht dan vroe-
ger, toch kon hij hun de soldij niet betalen, zonder het in-
voeren van eene belasting op het zout en den wijn. Dit
maakte de bevolking opnieuw ontevreden. Om in zijn geld-
nood te voorzien had Eienzi geld geleend van twee Eomeinen,
broeders van den beruchten condottiere Fra Moriale. Deze
kwam naar Eome en meende, wegens de verplichting, die
Eienzi aan zijne broeders had, zich allerlei gewelddaden te
mogen veroorloven. Eienzi liet hem echter als roover en
schender der openbare orde terechtstellen en nam daarop
de schatten door hem nagelaten in beslag. De verbittering
des volks tegen Eienzi was reeds zoo toegenomen, dat hij
iich door deze daad het verwijt op den hals haalde, zijne