Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.38
door 's vijands hand te sterven. Men koos het laatste. Op
een morgen vielen zij de troepen van Narses aan. Er ontstond
een verbitterd gevecht. Met schild en speer gewapend streed
Tejas in de voorste gelederen, Menigen vijand deed hij sneu-
velen. Toen hij zijn schild, waarmede hij twaalf werpspietsen
had opgevangen, die erin waren blijven steken, met een an-
der verwisselde, werd hij doodelijk gewond. De vijanden
hieuwen hem het hoofd af en droegen dit, op eene lans ge-
stoken, rond. De Gothen, hierdoor nog meer verbitterd,
zett'en het gevecht tot in den nacht voort. Den volgenden
morgen hervatt'en zij den strijd. Afgemat en tot een kleinen
hoop weggesmolten, verzochten zij den derden morgen Narses
om vrijen aftocht, teneinde buiten Italië woonplaatsen te zoeken.
Hun verzoek werd toegestaan en daarmede nam het Oost-
gothische rijk een einde. Justinianus bekleedde Narses onder
den titel van exarch (stadhouder) met het bestuur over Italië.
Hij vestigde zich te Ravenna en regeerde met bekwaamheid,
maar tevens met zulk eene gestrengheid, dat hij van verdruk-
king aangeklaagd, en daarop door Flavius Longïnus vervangen
werd. Hij begaf zich naar Rome, waar hij spoedig daarna
in hoogen ouderdom overleed. De overlevering verhaalt, dat
Narses in ongenade was gevallen bij Sophia, de gemalin van
keizer Justinus II, en dat zij hem, zinspelende op zijne
vroegere ondergeschikte betrekking in het paleis, een spin-
rokken toezond. Daarop zou hij gezegd hebben, een draad
te zullen spinnen, waaraan de keizer lang te haspelen zou
hebben, daarmede bedoelende, dat hij de Langobarden in het
exarchaat wilde roepen.
Alboïn, de koning der Langobarden.
Toen de Langobarden nog nabij den Donau in het tegen-
woordige Hongarije woonden, hadden zij telkens oorlog te
voeren met hunne naburen de Gepïden. In een der gevech-