Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.441
derricht gaven reizende monnikken en studenten, die zich voor
één of een paar jaar aan de school verbonden. Er waren
ook hoogere scholen, waar de eerste onderwijzer of rector
Latijn, en de tweede, cantor, geloofsleer, lezen, schrijven
en zingen onderwees. Al spoedig begonnen de burgers de
verkregen kundigheden toe te passen. Terwijl zich door
het schrijven van handelsbrieven en kronieken en door het
opteekenen van alles, wat het bestuur der stad betrof, het
proza ontwikkelde, waagden sommige burgers zich op het
gebied der poëzie. Op het voorbeeld der gilden vormden
zij vereenigingen, vervaardigden zij eene tabulatuur of wet-
boek voor het rijm, en noemden zij zich meesterzangers. Uit
het oogpunt der dichtkunst heeft hun werk weinig waarde,
maar tegenover de heerschende losbandigheid hield het de
zedelijkheid in eere, en richtte het den blik uit de dagelijksche
beslommeringen der werkplaats op het rijk der idealen. Als
voorbeeld van de zonderlinge benamingen, die de meester-
zangers gebruikten, kan dienen, dat zij de soorten van melo-
dieën of zangwijzen aanduidden met de benamingen : roode
en blauwe wijs, gestreepte salfraanbloempjeswijs, gele leeuwen-
huidwijs, korte apenwijs enz. Wie de tabulatuur niet vol-
ledig kende was leerling; wie haar verstond, schoolvriend;
wie eenige liederen kon zingen, zanger; wie bij eene bestaan-
de zangwijze een gedicht maakte, dichter; wie eene nieuwe
wijs bedacht, meester, 's Zondags werd in den namiddag op
het stadhuis of in de kerkschool gezongen. Een raad van be-
oordeeling keurde de door de leden vervaardigde gedichten.
Was er een goedgekeurd, dan werd het door den schoolmees-
ter in bet gildeboek geschreven. Bij prijskampen bestond
de hoogste prijs, die voor een gedicht werd uitgereikt, in een
uit bladgoud geslagen beeld van koning David, de koniug-
Davidsharpprijs.
Hoe geheel anders dan tegenwoordig, in dien tijd de waar-
de van het geld en de prijs der waren was, kan uit het volgende
blijken. In 1483 betaalde een student te Erfurt voor een paar