Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.438
volk als aanvoerder bij de feestvreugde een Meikoning, die
uit de meisjes eene Meikoningin mocht kiezen. Yervolgens
haalde men uit het bosch den Meiboom, plantte dien onder
gezang en scherts op eene opene plaats en danste er vroolijk
omheen tot de duisternis viel.
Gelijk de ridders zich in den wapenhandel te paard oefen-
den en van hunne bedrevenheid proeven aflegden op de
tournooien, begonnen de burgers, sedert de waarde van het
voetvolk meer en meer aan 't licht kwam, zich toe te leg-
gen op behendigheid iu het gebruik van de wapenen der
strijders te voet. Zoowel voor den oorlog als voor het hand-
haven der rust binnen de poorten werd iedere groote stad
gewoonlijk in vier kwartieren of wachten verdeeld. Ieder
kwartier moest eene afdeeling of wacht krijgslieden leveren,
die eene eigene banier en een eigen hoofdman of wachtmees-
ter had. Een gedeelte van de burgers, die deel uitmaakten
van deze afdeelingen, sloten zich aaneen tot een gilde van
schutten of schutters om zich in het schieten met hand- of
voetboog te oefenen. In Antwerpen en in andere Nederland-
sche steden stonden twee of meer schuttersgilden naast elkaar.
Toen de vuurwapenen in gebruik kwamen, begonnen de
burgers zich ook in de behandeling daarvan te oefenen. Te
Weenen bestond reeds in de XV^e eeuw eene buksschutters-
naast eene boogschuttersvereeniging. Sedert het einde van de
XIIP® eeuw begonnen de boogschutters bij feestelijke gele-
genheden proeven van hunne bekwaamheid in het boogschie-
ten af te leggen. In het Westen van Duitschland en de
Nederlanden schoot men naar een houten papegaai, die op
een hoogen staak was bevestigd, elders naar eene duif of een
anderen vogel, en daarom sprak men van papegaaischieten en
vogelschieten. Een ooggetuige geeft van zulk een burgerfeest
de volgende beschrijving. „In het jaar 1470 gaf de raad der
stad Augsburg een deftig voetboogschuttersfeest, en had daar-
toe naar veertig plaatsen uitnoodigingen gezonden, zoodat op
den dag van onzen patroon St. Ulrich, behalve degenen, die