Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.437
en abdissen, monniken en nonnen, vrouwen en meisjes uit
allerlei oorden gelogeerd. In de vroegte waren de baden het
meest bezocht. Een aantal personen in badgewaad baadden
te gelijk in eene zeer groote kuip. Wie zelf geen bad nam,
bracht aan zijne badende kennissen een bezoek. Van de om
de baden loopende galerijen koii hij met hen spreken en hen
met behulp van drijvende tafels zien eten en om geld spelen.
Bloemen versierden de oppervlakte van het water, en dikwijls
weerklonken de badzalen van snarenspel en gezang, 's Mid-
dags aan tafel ging, als men genoeg gegeten had, de beker
nog zoo lang rond als de maag den wijn kon verdragen, of
totdat de fluiten en trommen ten dans noodigden, en dan
eerst begon het recht woest toe te gaan.
Maar tegenover die verkwisting en losbandigheid neemt men
in den lateren tijd der Middeleeuwen ook veel bewijzen van welda-
digheid en zucht tot edeler uitspanningen waar. In de meeste
steden richtte men gasthuizen op, waar zieken voor niets wer
den opgenomen, en hier en daar vormden zich broederschap
pen met het doel om zieken te verplegen. Terwijl de kin
dermoord in de Middeleeuwen zoo goed als niet voorkwam
werden daarentegen dikwijls kinderen te vondeling gelegd
Daarom werden in de meeste steden vondelingshuizen opge
richt. In dat te Ulm waren somtijds 200 gevonden kinderen
bijeen. Arme reizigers en pelgrims vonden allerwegen her-
bergen, waar zij voor niets logies en verkwikking konden
krijgen. De armen, wier groot aantal in tijden van duurte
telkens gedund werd door hongerdood en ziekte, vonden
dikwijls steun bij de milddadigheid der ingezetenen. Het
bedelen werd toen algemeen als eene broodwinning erkend, en
nam daardoor meer toe dan af. Eerst na de Middeleeuwen
is men begonnen het bedelen langs de straten te verbieden,
waarschijnlijk het eerst te Straatsburg in 1523.
Onder de uitspanningen bekleedde het uit den tijd der oude
Germanen afkomstige Meifeest eene eerste plaats. Dan be-
kranste zich ieder met groen en bloemen, en koos het jonge