Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.434
vensters hadden met in lood gezette glazen ruitjes. Sedert
begon ook de weelde in de kleederdracht zoozeer toe te nemen,
dat de overheid der stad bij herhaling verordeningen maakte
om ze te keer te gaan. De rijke burgeressen wedijverden met
de edelvrouwen in kostbaarheid van gewaden. Te Mainz gin-
gen zij reeds sedert 1220 met een langen sleep aaji haar
kleed ter kerke, en stoorden er zich weinig aan, dat de
geestelijken ijverig tegen die //pauwestaarten" predikten, waar-
van zij beweerden „dat het dansplaatsen van duiveltjes waren,
en dat, indien de vrouwen zulk een staart noodig hadden
gehad, God zelf haar wel met iets van dien aard zou heb-
ben voorzien." De mannen begonnen hunne lijfrokken, die
vroeger bijna zoo lang waren als die der vrouwen, korter te
dragen, om de helder gekleurde broeken en schoenen beter
te doen uitkomen, en terwijl de minder gegoeden nog steeds
blootshoofds buiten liepen, zett'en de rijke burgers hoeden
op met prachtige veeren of iets anders versierd. Zelfs de
priesters begonnen de mode der rijken na te volgen. In 1370
verbood bisschop Johannes van Straatsburg aan de geestelijk-
heid roode, gele of groene schoenen te dragen.
Van de stad Weenen, die al vroeg tot bloei kwam, is in
1490 eene beschrijving gegeven, die o. a. het volgende bevat.
//Bijna ieder huis heeft voor en achter eene opene plaats,
eene ruime zaal, maar ook goede wintervertrekken. In alle
vensters treft men glazen ruitjes aan, die fraai beschilderd
zijn en door ijzeren traliën tegen dieven beschut worden.
Onder de eerste verdieping zijn wijnkelders en gewelven, die
als apotheek magazijn, winkel of woning voor vreemde-
lingen verhuurd worden. In de zaal en de zomervertrekken
houdt men zooveel vogels, dat iemand, die door de straat
loopt, zou meenen in een groen, lustig bosch te zijn. Vóór
1) Door dit woord werd vroeger de plaats, waar een kramer zijne goede-
ren uitstalde, verstaan; sedert het begin van de XlVde eeuw begon men er
uitsluitend het vertrek door aan te duiden, waar geneesmiddelen bereid en
verkocht werden.