Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.37
Toen hij zich van Napels had meestergemaakt, besloot Justi-
nianus eindelijk zijn gezag in Italië te handhaven. Hij zond
er Belisarius opnieuw heen, doch liet het dezen, uit argwaan,
aan het noodige ontbreken om den oorlog met kracht te
voeren.» Totilas was daardoor in staat Rome door den honger
tot de overgave te dwingen. Hij kon zijne Gothen van
hun recht om te plunderen niet doen afzien, doch spaarde
het leven der inwoners, die hij volgens het toenmalig oorlogs-
recht had kunnen laten dooden. Daar hij Rome weder wilde
verlaten, gaf hij bevel, de vestingwerken der stad te slechten,
doch toen Belisarius hem had doen weten, dat hij zijn naam
zou bevlekken, indien hij de muren afbrak, dewijl dit ge-
denkteekenen waren, die den roem der dooden en het genot
der levenden uitmaakten, liet hij het slechtingswerk staken.
Nauwelijks was hij uit Rome getrokken, of Belisarius bezette
de stad, en nu liet deze prachtige gebouwen omverhalen,
ten einde met de afbraak de vestingwerken te herstellen.
Daar Belisarius ondanks zijne herhaalde aanvragen geene
versterkingen van Justinianus kreeg, verzocht hij om zijn ont-
slag. De keizer stond hem zijn verzoek toe en zond in zijne
plaats den bekwamen Narses met een goed uitgerust leger.
Totilas trok hem te gemoet. Bij Taginae, ten W. van Ancona,
kwam het tot een hevigen strijd. Ondanks hun heldenmoed
werden de Oost-Gothen geslagen en Totilas sneuvelde in de
hitte van het gevecht. In zijne plaats kozen de Oost-Gothen
Tejas tot koning. Deze nam aan den voet van den Vesuvius
eene sterke stelling in, waarvan het front door eene beek, en
de linkervleugel door de zee gedekt was. Daar de Oost-
gothische vloot, die reeds door Totilas in 't leven was geroe-
pen, het leger van mondbehoeften voorzag, was Tejas in
staat zich twee maanden tegen Narses staande te houden.
Toen slaagde deze erin den Oostgothischen vlootvoogd om
te koopen om den aanvoer van levensmiddelen te staken.
Tejas trok nu verder het gebergte in, waar gebrek hem en
de zijnen weldra dwong te kiezen, om door den honger of