Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.433
het raadhuis van steen te bouwen, onder hetwelk zich de als
verkoopplaatsen van wijn druk bezochte raadhuiskelders be-
vonden. Eindelijk lieten gegoede burgers hunne woningen
van steen optrekken, maar vooreerst waren zij nog met stroo
of planken gedekt, terwijl eene opening in het dak nog
steeds een uitweg aan den rook moest verschaffen. Eerst in
het begin der XlV^e eeuw begon men in de woningen der
gegoeden schoorsteenen te bouwen, maar daardoor nam het
gevaar van brand sterk toe, hetgeen des te verontrustender
was, omdat men geene andere bluschmiddelen kende dan
brandemmers. Men werd daardoor genoodzaakt, het stroo of
hout van het dak door pannen of leien te vervangen. De
woningen der burgers hadden gewoonlijk een groot voorhuis,
dat tot berging van allerlei goederen diende, maar de ver-
trekken waren meestal klein. Aan den voor- en soms ook
aan den achtergevel waren groote luifels aangebracht, onder
welke de kinderen bij regenachtig weer konden spelen. De
weinige vensters waren van doek en werden 's nachts door
luiken gesloten.
Eene groote verbetering ondergingen de straten, toen men
in de tweede helft der XlII^e eeuw de zinkputten vóór de
huizen door goten begon te vervangen, en hier en daar pla-
veisel aanbracht. Daar de huizen in de steden aanvankelijk
verstrooid stonden, en bij het toenemen der bevolking de
opene ruimten zonder geregeW plan met woningen werden
gevuld, ontstonden er vaak nauwe, bochtige straten. Om
ruimte te winnen bouwde men de bovenverdieping zóó, dat
zij over de benedenverdieping een eind in de straat uitstak,
waardoor deze nog donkerder en somberder werd. Behoefte aan
licht en lucht was oorzaak, dat tegen deze wijze van bouwen in
sommige steden al vroeg beperkende bepalingen door de over-
heid werden uitgevaardigd. Sedert de XIV^® eeuw begonnen
burgers, die door den handel rijk waren geworden, prachtige
woningen voor zich te laten bouwen, waarin al de gemakken
der toenmalige weelde werden aangetroffen, en die kleine
II. 28