Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.432
lieden. Zij ondernamen het ontwerpen en bouwen van ker-
ken, kloosters en paleizen, en daarom trof men in iedere
voorname stad, waar veel gebouwd werd, eene bouwhui aan.
Aanvankelijk stonden de bouwhutten geheel op zich zeiven,
maar op aandrang van den beroemden bouwmeester Dotzin-
ger, die aan den dom te Straatsburg arbeidde, werd in 1459
te Regensburg eene vergadering van Duitsche bouwmeesters
en steenhouwers gehouden, op welke men besloot, zich tot
eene broederschap te vereenigen en alle Duitsche bouwhutten
onder de vier hoofdhutten Straatsburg, Keulen, Weenen en
Zürich in te deelen. De bestuurder van de hoofdhut te
Straatsburg zou, als grootmeester van de geheele broeder-
schap, met de hoogste rechtspraak belast zijn.
In hun strijd tegen de pausen hadden de steden veel krach-
tiger dan de adel de keizers gesteund, die haar daarvoor met
privilegiën hadden beloond. De gilden hadden, naar mate de
steden onafhankelijker werden, den strijd tegen de overheer-
schende oudburgers gemakkelijker kunnen voeren, en toen
zij eindelijk de overwinning hadden behaald, onstond in de
steden de scheiding tusschen patriciërs en burgers. Van de
burgerijen zijn de latere hervormingen, die een einde maak-
ten aan de middeleeuwsche toestanden van onveiligheid en
verdrukking, uitgegaan.
Van de XlIIde eeuw af, totdat in de XVde eeuw door de
invoering van de vuurwapenen het overwicht der verdedi-
gingsmidddelen op de middelen van aanval verloren begon
te gaan, bleef het uiterlijk voorkomen der steden nagenoeg
onveranderd. De stad was omgeven door eene gracht, achter
welke zich de ringmuur met zijne verdedigingstorens verhief.
Achter de bruggen, waarvan een gedeelte kon worden opge-
haald , bevonden zich stevig versterkte poorten, zooals bij de
kasteelen. Het inwendige der steden begon echter een ander
aanzien te krijgen. Aanvankelijk waren in de steden bijna
uitsluitend de kerken, de munt, de waag en de hallen van
steen. Na de opkomst van den burgerstand begon men ook