Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.429
waren oorspronkelijk niets dan gilden. Zoolang de gilden zich
slechts met de belangen van hun vak hadden beziggehouden,
werden zij door de vorsten en stedelijke regeering in bescher-
ming genomen. Maar toen zij rijk en machtig werden, en
in het volle gevoel hunner waarde eenige zetels verlangden
in den raad der stad, trachtten de vorsten en landsheeren
hen te onderdrukken en af te schaffen. Dit gelukte echter
niet, dewijl de opkomende vrijheidsgeest, zoo krachtig gewekt
door de Italiaansche burgerijen, reeds te sterk, de macht der
Duitsche keizers te zeer gedaald, en die der rijksvorsten nog
niet groot genoeg was. Gedurende de XlII^e en XlV^e eeuw
slaagden de gilden, die het grootste gedeelte der gewapende
burgerijen uitmaakten, er overal in, naast de leden der oud-
burgers of geslachten, aandeel in de stadsregeering te ver-
krijgen; in sommige steden gelukte het hun zelfs, zich ge-
heel van de regeering meester te maken.
De leden der gilden droegen den titel van meester. Hunne
gezellen of knechten vormden eigene vrije vereenigingen. Zij
waren de huis- en tafelgenooten van den meester, bij wien zij
werkten, en lagen onder de verplichting zich rustig en beschei-
den te gedragen en alles te vermijden, wat den vrede in huis
kon verstoren. Om zich van de gehoorzaamheid der knechts
te verzekeren, werden in de reglementen der gilden dikwijls
bepalingen opgenomen om de wederzijdsche betrekking tus-
schen den meester en diens knechts te regelen. Overigens
waren de gezellen onafhankelijk van hun meester en zelfs
van het gilde, en zij stonden onder het onmiddellijk toezicht
van den stadsraad. Hunne algemeene belangen, zooals de
geldelijke bijdrage voor de vereeniging, het wangedrag van
een der leden, de twisten met de meesters enz. werden op
hunne vergaderingen besproken. De meeste twisten met de
meesters hadden de gezellen over het arbeidsloon, en niet
zelden gaven die aanleiding tot werkstaking of zelfs tot opstand.
Sedert de XVde eeuw werden de vergaderingen der knechts
dikwijls beperkt b. v. tot vier bepaalde dagen in het jaar.