Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.428
overeenkomstig de zeden en gewoonten van dien tijd, hielden
ook de boekdrukkers hunne kunst zooveel mogelijk geheim.
Hunne werklieden, die met de geheimen der drukkerij bekend
moesten worden gemaakt, genoten een hoog loon, maar moesten
zich bij eede tot stilzwijgendheid verbinden. Daar het nu zeker
is, dat in de eerste helft der vijftiende eeuw boeken met losse
letters te Haarlem (Laurens Janszoon Coster) en te Bamberg
(Pfister) gedrukt zijn, blijft het mogelijk, dat ook daar de
boekdrukkunst, aan welke in dien tijd eene zoo dringende
behoefte werd gevoeld, zelfstandig is uitgevonden.
In de dagen, dat Faust en Schöffer hunne boekdrukkerij
te Mainz dreven, moest het kapittel een nieuwen aartsbis-
schop verkiezen. De domheeren waren het echter niet eens
over de keuze, en nu werd Mainz het tooneel van burger-
oorlog. Een der pretendenten was Adolf Yan Nassau, de
bisschop van Spiers. Hij was zoo berucht als roover en als
een dol jager, drinker en danser, dat, toen hij later te mid-
den van woeste vastenavondvermaken den hals brak, alge-
meen geloofd werd, dat de duivel hem was komen halen. In
1462 maakte hij zich stormenderhand van Mainz meester,
en werd de stad op verschillende plaatsen in den brand ge-
stoken. Oc!^ de boekdrukkerij van Faust en Schöffer ging
toen in de vlammen op, en daarna begaven zich hunne
werklieden naar verschillende oorden, waar zij aanleiding ga-
ven tot het oprichten van nieuwe boekdrukkerijen.
Nadat de burgers door handel en nijverheid tot rijkdom
waren gekomen, hadden zij een gedeelte van hun tijd en
hunne schatten gewijd aan wetenschap en kunst. Onder de
gevolgen daarvan behooren de zachtere zeden, door welke de
burgerschap zich van de meer en meer achteruitgaande rid-
derschap begon te onderscheiden. Tot dien vooruitgang had-
den de gilden krachtig medegewerkt. Nadat de hoorige gilden
der handwerkslieden vrij waren geworden, hadden zich ook
gilden gevormd van kooplieden, heelmeesters, schoolmeesters,
schilders, zangers, zelfs van geleerden, want de universiteiten