Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.424
Nauwelijks was de vijand verdreven, of de partijtwisten
hernieuwden zich. Daar de Husieten Sigismund niet als ko-
ning wilden erkennen, besloten zij een anderen te kiezen,
maar de Taborieten en Utraquisten konden het over de keuze
niet eens worden, en menigmaal kwam het tusschen hen tot
bloedige botsingen.
Velen, die in naburige landen door de geestelijkheid als
ketters werden vervolgd, begaven zich naar Bohemen, dat
zij als het land der geloofsvrijheid beschouwden. Onder hen
behoorde ook de secte der Adamieten. Volgens deze was de
menscheid door den zondenval van Adam en Eva gedoemd
geworden kleederen te dragen, maar had de verlossing, door
Christus aangebracht, den menschen het recht teruggeven,
zich van den last der kleeding te ontslaan, en daarom deden
zij het zonder. Bovendien leerden zij, dat de menschen
communistisch of in gemeenschap van goederen moesten leven.
Bohemen was echter het land der geloofsvrijheid niet. De
Taborieten veroordeelden allen, die van hunne leer afweken,
tot den brandstapel.
De Taborieten, die zich door eene weergaloozedapperheid
onderscheidden, vernielden onder aanvoering van Ziska den
eenen koninklijken burcht na den anderen. Ziska, die reeds
vroeger een oog had verloren, raakte ook het andere kwijt
bij de belegering van het kasteel Baly, maar toch bleef hij
de aanvoerder der Taborieten en de schrik der Duitschers,
wien hij, toen zij eindelijk den oorlog hervat hadden, nieuwe
nederlagen toebracht. Zij meenden in hunne bijgeloovigheid,
dat de blinde Ziska zijne overwinningen door toovermiddelen
behaalde, en toen hij in 1424 aan de pest was gestorven,
verhaalden zij, dat hij kort voor zijn overlijden bevel had
gegeven, hem na zijn dood de huid af te stroopen en deze
over eene trom te spannen, opdat, zoodra de aldus vervaar-
digde Taborietentrom geroerd werd, de vijand zou vluchten.
Dat de Husieten nog geruimen tijd zegevierend bleven,
is, behalve aan hun dweepzieken moed, vooral toe te schrij-