Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.36
besloot Vitiges het beleg, dat nu bijna twee jaren had geduurd,
op te breken. Hij trok naar het Noorden van Italië om de
Byzantijnen van daar te verdrijven, doch dezen kregen eerlang
eene versterking van 7000 man, onder bevel van den bekwamen
Narses, die echter geheel zelfstandig te werk kon gaan.
Dewijl Belisarius en Narses in voortdurende oneenigheid leef-
den, slaagden zij er niet in, Milaan te ontzetten. Weldra
werd deze gewichtige stad door de Oost-Gothen hernomen,
die de mannelijke bevolking doodden en de vrouwelijke tot
den toestand van slavernij brachten. Toen keizer Justinianus
het bericht had ontvangen van den val van Milaan, riep hij
Narses terug. Belisarius had de handen nu weder vrij. Hij
sloeg het beleg voor Ravenna en bracht de Oost-Gothen zóó
in 't nauw, dat zij geen ander redmiddel zagen, dan hem
de kroon van Italië aan te bieden. Vitiges keurde dit
plan goed, en Belisarius hield zich, alsof hij ermede in-
stemde. Door deze veinzerij gelukte het hem, het uitgehon-
gerde Ravenna met zijne troepen binnen te trekken. Toen
dit plaats had, spuwden de Oost-Gothische vrouwen de mannen
van haar volk uit verachting in 't gezicht, omdat dezen hadden
moeten bukken voor vijanden, die zooveel geringer in aantal
en in lichaamskracht waren.
Tegen de verwachting der Gothen bleef Belisarius zijn keizer
getrouw, doch deze, vreezende dat zijn veldheer wel eens
werkelijk zou kunnen doen, wat hij nu slechts in schijn had
gedaan, riep hem terug. Vitïges begaf zich met den ko-
ninklijken schat en vele voorname Gothen naar Constantinopel,
waar hij spoedig stierf.
De afpersingen der keizerlijke ambtenaren en de plunderzucht
der keizerlijke troepen brachten in Italië zulk eene algemeene
ontevredenheid teweeg, dat de Oost-Gothen eene poging
waagden om het verloren gezag te herwinnen. Zij kozen den
dapperen Totïlas tot koning, en deze handhaafde zulk eene
strenge krijgstucht en behandelde de Italianen met zulk eene
welwillendheid, dat dezen niet tegen hem in verzet kwamen.