Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.421
Toen alles was voorbereid, werd Hus openlijk verhoord,
maar telkens als hij iets te zijner verdediging wilde zeggen,
begonnen de heilige vaders zoo heftig te razen en te tieren,
dat Sigismund hen tot orde vermaande en daarbij dreigde, den
eersten, die weer zoo geweldig schreeuwde, uit de kerk te laten
zetten. Vermaning noch bedreiging vermochten de hooge gees-
telijken tot bedaren te brengen. Eindelijk zou in eene plech-
tige zitting van het concilie in de hoofdkerk te Constanz het
vonnis over den ketter worden uitgesproken. Hus werd mid-
den in de kerk op eene verhevenheid geplaatst, waar zijn
misgewaad aan een staak was opgehangen.' Daarop werd de
akte van beschuldiging voorgelezen, in welke o. a. voorkwam,
dat Hus zich de vierde persoon in de heilige drieëenheid
had genoemd. Het vonnis luidde, dat ieder geschrift, het-
welk zijne leer bevatte, verbrand, en hij zelf, na van de
priesterlijke waardigheid beroofd te zijn, aan de wereldlijke
gerechtigheid overgegeven zou worden. Dit laatste beteekende,
dat de kerk zich aan het voorschrift hield van geen bloed
te vergieten, maar dat zij dit aan de wereldlijke rechters
overliet, wien de verplichting was opgelegd, ketters te ver-
branden. Nu werd aan Hus nog eens gevraagd, of hij zijne
leer wilde herroepen. Met vaste stem antwoordde hij: „Ik
wil geen meineed doen en niet als leugenaar voor God ver-
schijnen." Daarop werd hem zijn priestergewaad ontnomen,
en zette men hem eene papieren muts op, met drie duivels
beschilderd, die elkaar eene menschenziel betwistten, en daar-
onder in 't Latijn het opschrift: „Dit is een aartsketter."
Hus, die al deze kwellingen met kalmte had verdragen, werd
nu aan de overheid van Constanz overgegeven. Te midden
van gewapenden werd hij uit de kerk geleid. Toen hij over
het kerkplein ging, zag hij, hoe men reeds bezig was zijne
boeken te verbranden. Dit bracht hem een glimlach op de
lippen. Op de plaats der terechtstelling werd hij met touwen
en ketenen aan een paal gebonden, en toen de scherprechters
hout en stroo om hem heen stapelden, kwam een oud vrouwtje