Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.35
Het eersts werk van Vitïges was een -voldoend leger op de
been te brengen om Belisarius te kunnen weerstaan. Hij
begaf zich naar Ravenna en kon niet meer dan 4000 man
ter bescherming van Rome achterlaten, dat weldra in handen
viel van Belisarius, die met de Katholieke inwoners in geheime
verstandhouding stond. Daar de Oost-Gothen slechts tra^
onder de wapenen kwamen, besloot Vitiges de hulp der
Frankische koningen Childebert, Clotarius en Theodebert in
te roepen. Dezen antwoordden, dat zij met de Oost-Gothen
in veete moesten leven, wanneer hun geen zoengeld werd
betaald voor den moord op hunne bloedverwante Amalasuïnta
gepleegd. Vitiges stemde erin toe, en daar hij nu in zijn
rug gedekt was, kon hij de Oostgothische troepen, die in
Gallië en de Donau-streken stonden, aan zich trekken. Ein-
delijk trok Vitiges met een groot leger tegen Belisarius op.
Daar deze te weing troepen had om met hoop op een goeden
uitslag zijn overmachtigen vijand in 't open veld te bestrijden,
besloot hij, hem in Rome af te wachten, dat hij daartoe in
een geduchten staat van tegenweer bracht.
De verdediging van Rome door Belisarius wordt als het groot-
ste wapenfeit van dezen veldheer beschouwd. Aanvankelijk kreeg
de stad toevoer van levensmiddelen over zee, doch toen de
Oost-Gothen de havenstad hadden veroverd, hield dit op.
Sedert begon zich in Rome gebrek te doen gevoelen, maar
hieraan leed het belegerend leger ook, dat bovendien door
ziekten werd gekweld. Nadat Belisarius eene versterking.van
5000 man had gekregen, sloten de Oost-Gothen, wien het
langdurig beleg begon te vervelen, een wapenstilstand van drie
maanden met hem, teneinde met den keizer te kunnen onder-
handelen, dewijl hij geene overeenkomst wilde sluiten, tenzij ge-
heel Italië aan dezen werd afgestaan. Gedurende dien wapen-
stilstand heroverde Belisarius de havenstad, en zond hij op ver-
zoek van Datius, den bisschop van Milaan, eene afdeeling van
1000 man over zee om deze stad te bezetten. Toen dit gelukt was
en de Oost-Gothen zich thans in hun rug bestookt zagen,