Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.409
dit aan 't volgende voorval zijn ontstaan te danken. Na den
slag waren de troepen van Lodewijk vermoeid en hongerig.
De krijgers gingen levensmiddelen zoeken en weldra brach-
ten eenigen hunner eene groote hoeveelheid eieren aan Lode-
wijk. Deze liet er aan allen, die bij hem waren, één geven,
en toen er één overbleef, gaf hij het aan Schweppermann met
bovengemelde woorden. De overwinning, door Lodewijk be-
haald, schonk echter aan Duitschland den vrede niet weder,
daar Leopold met kracht den oorlog voortzette. Drie jaren
had dit geduurd, toen Lodewijk een ander middel beproefde
om in het rustig bezit der keizerskroon te geraken. Hij be-
zocht Frederik, wiens heerschzucht door de langdurige ge-
vangenis geknot was, en kwam met dezen overeen, dat hij
hem de vrijheid terug zou geven, indien het hem gelukte,
zijn broeder Leopold over te halen, den krijg te staken.
Frederik begaf zich tot dezen, doch kon er niet in slagen
hem de wapenen te doen neerleggen en keerde toen, over-
eenkomstig zijn gegeven woord, naar Lodewijk terug. Hij
werd beter ontvangen, dan hij had durven verwachten. In
plaats Yan hem naar zijne gevangenis te zenden, stelde Lo-
dewijk hem voor, de vriendschap, die zij in hunne jeugd
voor elkander gekoesterd hadden, te hernieuwen. Frederik
nam dit aanbod gretig aan en stond Lodewijk in verschilende
moeilijke zaken trouw ter zijde; maar Leopold bleef tot aan
zijn dood, die in 't volgende jaar plaats had, 's keizers on-
verzoenlijke vijand.
Voortdurend lag Lodewijk V overhoop met de pausen, die
te Avignon hun zetel hadden, en onder den invloed stonden
van den Franschen koning, en toen eindelijk ban en interdiet
over hem waren uitgesproken, deed hij een beroep op de
vergadering der stenden. Deze verklaarden ban en interdict
van onwaarde, bedreigden de geestelijken, die er zich aan
hielden, met straf en droegen aan de rijksvorsten op, verdere
besluiten te nemen, overeenkomstig de waardigheid des rijks.
De rijksvorsten, die gewoonlijk deelnamen aan de verkiezing