Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
4C5
Albrecht had het voogdijschap op zich genomen over zijn
neef Johan van Zwaben. Toen deze den volwassen leeftijd
had bereikt, verzocht hij zijn oom om zijn erfgoed. Albrecht,
die het hertogdom Zwaben met zijne eigene bezittingen wilde
vereenigen, gaf daarop een cptwijkend antwoord. Toen Johan
op een feest, dat Albrecht te Baden in Aargau gaf, zijn
verzoek herhaalde, en opnieuw werd afgewezen, besloot hij
zich te wreken. Hij wist zich van de hulp van vier jonge
edellieden, zijne vrienden, te verzekeren, en vergezelde met
hen den keizer op een rit, dien deze naar Rheinfelden on-
dernam. Aan de rivier de Reuss gekomen, kon de keizer-
lijke stoet slechts bij gedeelten worden overgezet. Johan
wist te bewerken, dat de keizer alleen met hem en zijne
vrienden het eerst werd overgezet. Aan de overzijde bevond
zich een bosch, en zoodra de keizer er met de vijf edellieden
in was, riep Johan: //Het is tijd!" Hierop greep een der
edellieden het paard des keizers bij den teugel, terwijl een
ander het zwaard boven zijn hoofd zwaaide. Albrecht, die
geen kwaad van zijn neef vermoedde, riep hem te hulp,
maar deze snauwde hem toe: //Ontvang het loon voor uw
onrecht!" en stiet hem zijn zwaard zoo krachtig in den rug,
dat de punt bij de borst uitkwam. Stervend stortte Albrecht
ter aarde. Eene arme vrouw, die het vreeselijk tooneel had
aanschouwd, snelde toe, legde zijn hoofd in haar schoot en
zag hem spoedig daarna den laatsten adem uitblazen. De
moordenaars hadden ijlings de vlucht genomen. Johan is
nooit wedergezien en werd sedert Parricida (Vadermoorder)
genoemd. De anderen zwierven overal rond, zonder ergens
eene schuilplaats te vinden, Vreeselijk was de wraak, die
's keizers gemalin Elizabeth en dochter Agnes op de mede-
plichtigen en hunne bloedverwanten namen. Niet alleen
werden hunne bezittingen te vuur en te zwaard verwoest,
maar ook een aantal bewoners ervan, mannen, vrouwen en
kinderen, opzettelijk omgebracht. Een der edelen, Rudolf
Von der Wart, die getuige was geweest van den moord.