Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.403
hij de boerenjeugd in het park voor het kasteel liet dansen.
Na eene twee en twintigjarige regeering daalde hij, alom
gehaat, ten grave. Zijn zoon Karei VIII volgde hem op
(1483).
Duitschland van 1291 tot 149 3.
Gedurende het tijdvak, dat de Fransche koningen hunne
groote leenmannen geheel van zich afhankelijk maakten,
wisten in Duitschland de rijksvorsten hun gezag ten koste
van dat des keizers voortdurend uit te breiden.
De macht, die de arme Zwitsersche graaf Rudulf van
Habsburg zich als keizer had weten te verwerven, was oor-
zaak, dat de rijksvorsten na zijn dood niet zijn zoon Albrecht
Van Oostenrijk, maar den dapperen doch weinig machtigen
graaf Adolf van Nassau tot keizer kozen. Daar deze echter
het voetspoor van Eudolf volgde om de macht van zijn huis
te vergrooten, slaagde Albrecht erin, eene machtige partij
op zijne hand te krijgen, die hem tot keizer uitriep. Nu
moest het zwaard beslissen. Bij Göllheim, aan den voet van
den Donnersberg, had de strijd plaats. Zonder de aankomst
van de troepen der steden, die op zijne hand waren, af te
wachten, viel Adolf met zijne ridders het leger van Albrecht
aan. In strijd met de wetten der ridderschap had deze aan
zijne krijgslieden last gegeven, de paarden der vijandelijke
ridders niet te sparen, en ontweek hij voortdurend zijn tegen-
stander, die, gelijk hem bekend was, een tweestrijd met
hem zocht aan te gaan. Adolf legde een buitengewonen
moed aan den dag: telkens als hij een ridder zag, dien hij
voor Albrecht hield, viel hij op hem aan, en zoo wierp hij
menigen vijand uit den zadel. Eeeds had hij zijn helm ver-
loren en eene belangrijke wonde bekomen, toen zijn paard
dood neerstortte. Hij besteeg een ander, en onmiddellijk
daarop ontdekte hij Albrecht. Op hem aanvallende, riep hij