Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.402
adel waren verdrukt, hun lot was er onder het onmiddellijk
bestuur des konings niet op verbeterd. Wel werden er be-
sluiten uitgevaardigd om het bestuur te regelen en handel en
nijverheid op te beuren, maar door verkeerde toepassing
werkten zij nadeelig. Als voorbeeld kan de zoutbelasting
dienen, welke bestond in het vijfde gedeelte van den verkoop-
prijs. Al het zout, dat vervaardigd werd, moest op straffe
van verbeurdverklaring in de koninklijke zoutschuren worden
gebracht, die onder het beheer stonden van koninklijke amb-
tenaren. Dezen verkochten daaruit met de eigenaars het
zout in 't groot, en hielden dan van de betaalde koopsom het
deel des konings af. De belasting was bij het volk bizon-
der gehaat, omdat ieder huisgezin verplicht was, alle drie
maanden eene door de koninklijke ambtenaren bepaalde hoe-
veelheid zout op te doen. Lodewijk XI leende dikwijls geld
van de ontvangers der belastingen, en stond hun dan toe,
het geleende door afpersingen van het volk terug te krijgen.
Met welk eene gestrengheid de belastingen werden ingevor-
derd, kan hieruit blijken, dat Lodewijk XI alleen in Anjou,
Maine en Chartres 500 personen ter dood heeft laten brengen
wegens het ontduiken der zoutbelasting. De rechters, die
ook koninklijke ambtenaren waren, moesten zich meer naar
den koning dan naar de wet richten. Had de koning bij
eenig rechtsgeding geene voorschriften aan de rechters gegeven,
dan lieten dezen zich veelal omkoopen. Dit geschiedde zelfs
bij de parlementen of hoogste gerechtshoven, die behalve dat
van Parijs langzamerhand ten getale van dertien in verschil-
lende provinciën van Frankrijk werden opgericht.
Gedurende zijne laatste levensjaren was Lodewijk XI zieke-
lijk, en woonde hij meestal op het kasteel Plessis bij Tours,
waar hij door zijne getrouwe Schotsche lijfwacht werd be-
schermd. Hij verkeerde in voortdurenden angst voor moor-
denaars en liet daarom het kasteel van alle kanten door voet-
angels en overdekte kuilen omringen, zoodat er slechts één
toegang overbleef. Zijne eenige uitspanning was daar, dat