Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.400
lijke schatten. In Karel's tent, die met wapens van goud en
paarlen versierd was, maakten zij zijn gouden stoel benevens
eene groote menigte diamanten en zilveren en gouden vaat-
werk buit. De Zwitsers kenden zoo weinig de waarde der
diamanten, dat zij ze voor enkele stuivers het stuk verkochten.
Een der diamanten, dien paus Julius II later voor 20,000
dukaten kocht, werd door een Zwitser verloren, en een ander,
die hem vond, verkocht hem voor één gulden aan een priester;
een tweede van Karel's diamanten is later in de Fransche
kroon, en een derde in de keizerlijke schatkamer te Weenen
gekomen.
Buiten zich zeiven van woede was Karei op niets anders
bedacht dan om bloedige wraak te nemen. Hij legde zijnen
onderdanen de drukkendste lasten op om een nieuw leger op
de been te brengen, en drie maanden na zijne nederlaag
stond hij weder met zijne troepen in Zwitserland. Bij Murten
vielen de Zwitsers hem aan met den kreet »Granson! Gran-
son!" en wederom werd hij volkomen verslagen.
Aanvankelijk was Karei als krankzinnig van woede en
smart, doch de wraakzucht schonk hem weder veerkracht. Niet
alleen de Zwitsers, ook Eené moest hij vertrappen, want
deze had terstond na den slag bij Murten, door Lodewijk XI
met geld geholpen, tot vreugde zijner onderdanen zijn her-
togdom Lotharingen heroverd. Karei wilde terstond een derde
leger uitrusten, maar de stenden zijner landen weigerden
thans aan zijne buitensporige eischen te voldoen. Met de
hem ten dienste staande middelen bracht hij nu haastig
eenige troepen bijeen en sloeg daarmede het beleg voor Nancy,
waarna Eené, krachtig gesteund door de Zwitsers en de
Elzassers, optrok om zijne hoofdstad te ontzetten. Karei
ontving voortdurend den raad zijner vrienden om terug te
trekken, doch hij kon naar niets luisteren dan naar zijn harts-
tocht, zelfs niet toen zijne Italiaansche huurtroepen, wier
aanvoerder Campobasso door Eené was omgekocht, hem in
den steek liet. Karei dorstte naar den strijd, maar deze was