Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.395
en daarom werd alles, wat hare vrijspraak ten gevolge kon
hebben, heimelijk achterwege gehouden, terwijl een priester,
L'oyseleur, zich als een medegevangene wist voor te doen,
haar vertrouwen won, en haar door verkeerde raadgevingen
in het verderf trachtte te storten.
De houding van Jeanne tegenover hare rechters was echter
zoo waardig en getuigde zoozeer van hare onschuld, dat men
zijne toevlucht tot de laagste middelen moest nemen om haar
te kunnen veroordeelen. Men las haar een stuk voor, dat
eenige beloften bevatte, waaraan zij zich moest houden, en
bedreigde haar met den dood, indien zij het niet onderteekende.
Door vrees gepijnigd, verklaarde zij zich bereid om te ondertee-
kenen. Jeanne kon echter lezen noch schrijven, en nu legde
men haar een stuk voor, waarin stond, dat zij zich schuldig
erkende aan verschillende misdaden, en daaronder plaatste
zij een kruisje tot handteekening. Op grond van dit stuk
werd zij tot levenslange gevangenis veroordeeld. Maar hare
vijanden waren hiermede niet tevreden. Men liet haar vrou-
wenkleeren aantrekken, in plaats van de mannenkleeren, die
zij in den oorlog droeg en tot nu toe had aangehouden, en
liet haar beloven, er zich nooit weder mede te kleeden. Toen
werd zij naar de gevangenis teruggevoerd. Eens, dat zij sliep,
nam men hare vrouwenkleederen weg en legde er de man-
nenkleeren voor in de plaats. Zij was nu wel genoodzaakt
deze aan te trekken, maar nu had zij hare gelofte geschon-
den , en daarop werd zij tot den brandstapel veroordeeld.
Met kalmte onderging Jeanne op de markt te Rouaan den
vuurdood. Op verzoek harer .moeder werd vijf en twintig
jaar later het vonnis door paus Calixtus III herzien en voor
eene daad van boosheid en geweld verklaard.
Van nu af bleven de Eransche wapenen voorspoedig, en
eerlang sloot Karei VII met Filips den Goeden een voor
dezen voordeeligen vrede. De Engelschen streden met minder
kracht dan vroeger en staakten eindelijk den oorlog, zonder
dat het tot een vrede kwam.