Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.41
verde tot het onderhoud des volks dienen, maar het meeren-
deel van 't voedsel moest van vijandelijke stammen geroofd,
of van bevriende gekocht worden.
Toen Theodörik met zijne Oost-Gothen Italië binnentrok,
werd hij opgewacht door Odoäker, die al zijne strijdkrachten
had verzameld om den indringer terug te drijven. Dit doel
mislukte echter. Odoäker werd geslagen en zocht eene schuil-
plaats in het sterke Ravenna. Drie jaren lang verdedigde hij
zich daar; toen dwong hem de nood om door middel van den
bisschop van Ravenna met Theodörik te onderhandelen, die
hem goede voorwaarden toestond. Odoaker werd door zijn
overwinnaar vriendschappelijk ontvangen, doch spoedig daarna
op een feest met een aantal zijner getrouwen vermoord.
Theodorik schonk, evenals Odoaker reeds had gedaan, een
derde gedeelte van den Italiaanschen grond aan zijne krijgs-
lieden, die daarvoor niet alleen in hun eigen onderhoud
moesten voorzien, maar ook nog belasting betalen.
Den Romeinen werd het verboden de wapenen tot verdedi-
ging des lands te dragen. Alleen de Oost-Gothen waren daartoe
verplicht, en bevelhebbers, die hen in den oorlog aanvoerden,
spraken recht over hen in vredestijd. De Romeinen behielden
hunne eigene rechtspraak en rechters. Met kracht handhaafde
Theodorik de orde, zoodat onder zijne regeering groote wel-
vaart heerschte, maar dewijl hij een barbaar en een Ariaan
was, kon hij de genegenheid der Katholieke Romeinen niet
winnen.
Toen eens de Joden, van welke er onder zijn bestuur groote
schatten hadden verworven, door de Christenen te Rome en te
Ravenna vervolgd waren, en Theodorik er niet in sla^dede
schuldigen op te sporen, legde hij aan de Christengemeenten
op, schadevergoeding te geven voor de geplunderde en ver-
brande huizen en synagogen der Joden en de persoonlijke
mishandelingen, die dezen hadden ondergaan. De Christenen
waren hierover zeer verbitterd. Hunne priesters noemden
het bevel van Theodorik eene mishandeling der kerk, en
II. 3