Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.392
en meer geraakte zij in geestverrukking, en eindelijk had zij
visioenen, waarin zij heiligen zag, die haar verkondigden,
dat zij geroepen was om den dauphin te Rheims te laten
kronen. Nadat zij de vaste overtuiging had gekregen, dat
dit haar als taak van Godswege was opgedragen, begaf zij
zich, begeleid door haar oom, naar Robert De Baudricourt,
den bevelhebber van Vaucouleurs, en ofschoon zij dezen niet
in hare zending kon doen gelooven, wist zij hem toch te
bewegen, haar door twee edellieden en vergezeld van baar
broeder en een paar andere personen, naar het hof van den
dauphin te doen geleiden. Toen er voor haar gehoor bij
Karei VII werd gevraagd, lachte men hartelijk om de grap;
maar Jeanne drong erop aan, dat geestelijken zouden onder-
zoeken of zij zuiver in het geloof was, opdat men zich zou
overtuigen, dat er van bedrog of hekserij geen sprake was.
Toen dit onderzoek naar genoegen der geestelijken was afge-
loopen, kreeg Jeanne verlo^^den dauphin met hare goddelijke
zending bekend te maken. Zij werd in de groote burchtzaal
gelaten, waar Karei te midden zijner edelen stond, en men
verhaalt, dat zij regelrecht naar hem toeliep, en hem haar
eerbied bleef betuigen, zonder dat iemand hem aan haar ge-
wezen had, en terwijl hij, om haar te beproeven, aanvanke-
lijk ontkende de dauphin te zijn.
Na Jeanne aan nog andere beproevingen te hebben onder-
worpen , besloot Karei hare diensten aan te nemen. Hij
schonk haar eene wapenrusting, een zwaard, paarden, schild-
knapen, een veldkapelaan en eene volgens hare aanwijzing
vervaardigde witte banier, waarop eene gouden lelie en een
door engelen omgeven Christusbeeld gestikt waren, en ver-
trouwde haar het opperbevel toe over eene krijgsbende van
ruim 6,000 man, die moest trachten Orleans van levens-
middelen te voorzien. Terstond verwijderde zij uit haar leger
alle maujien en vrouwen, die, volgens de toen heerschende
gewoonte bij de Eransche troepen, medetrokken om den
krijgslieden gelegenheid te geven een losbandig leven te leiden.