Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.388
ooren afsneden en hun dan spottend nariepen, dat zij er maar
OTer moesten gaan Iclagen bij hun krankzinnigen koning. Daar
echter de Armagnacs zich niet opgewassen gevoelden tegen
de Bourguignons, riepen zij de hulp in van den Engelschen
koning Hendrik V.
De ongelukkige koning Karei VI had slechts nu en dan
een helder oogenblik en daarvan maakte de partij, die hem
dan toevallig in hare macht had, misbruik, om hem te
haren voordeele besluiten te laten teekenen, die verderfelijk
waren voor het land. En terwijl zijn rijk verscheurd werd
door burgeroorlog, en de Engelschen een inval in Normandië
deden, moest men hem afleiding bezorgen door allerlei spelen.
Men liet aan de kamer, waar hij bewaakt werd, een balkon
bouwen, door hooge tralies omgeven, om naar het door hem
zoo geliefde kaatsspel te kunnen zien. Ook liet men drie
spellen met goud en verschillende kleuren vgrsierde speel-
kaarten voor hem maken, opdat een landmeisje, Odette de
Champdivers, wier tegenwoordigheid een gunstigen indruk op
hem maakte, en die in de wandeling La petite reine werd
genoemd, hem daarmede afleiding zou kunnen bezorgen. Al-
lerlei dobbelspelen, zooals het ganzebord, het triktak enz.,
werden reeds gedurende de kruistochten zóó hartstochtelijk
gespeeld, dat verscheidene vorsten ze in 't belang hunner
onderdanen herhaaldelijk verboden. De lust tot hazardspelen
was echter zoo groot, dat zij niet alleen niet werden nage-
laten, maar dat er steeds nieuwe in zwang kwamen. Aldus
was sedert de troonsbeklimming van Karei VI het kaartspel
in gebruik gekomen.
Ondertusschen was een Fransch leger, voornamelijk door
de Armagnacs bijeengebracht, onder den connétable D'Albret
de Engelschen te gemoet getrokken. Het telde driemaal zoo-
veel krijgslieden als het Engelsche en viel dit in 1415 bij
Azincourt, niet ver van Crécy, aan. Daar geweldige regens
den grond hadden doorweekt, konden de Fransche ridders
zich niet met de vereischte vlugheid bewegen, en waren zij