Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.385
De groote onkosten veroorzaakt door de oorlogen en de
schitterende feesten, welke de koning niet alleen bij zijn huwe-
lijk met de veertienjarige Isabeau Van Beieren, maar ook bij
iedere familiegebeurtenis gaf, legden zulk een zwaren druk
op het volk, dat vele handwerkslieden, onmachtig om de be-
lastingen te betalen, zich genoodzaakt zagen hun vaderland
te verlaten.
Toen Karei VI den leeftijd van twintig jaar had bereikt,
verklaarde hij zijnen ooms, den hertogen van Berry en van
Bourgondië, aan wier leiband hij tot nu toe had geloopen,
dat hij voortaan alleen verkoos te regeeren. Hij schonk nu
zijn vertrouwen aan den connétable Olivier Du Clisson, op
wien niet lang daarna een moordaanslag werd gepleegd door
Pierre Craon. Deze was tot die misdaad overgegaan in de
meening, dat Du Clisson hem van het hof had doen verwij-
deren, waar hij vroeger 's konings gunst had genoten. Craon
vond eene schuilplaats bij zijn bloedverwant, den hertog van
Bretagne, en toen deze weigerde den schuldige uit te leveren,
trok Karei VI met een leger, dat door zijn broeder, den
hertog van Orleans, werd aangevoerd, naar Bretagne. Toen
hij te Le Mans was gekomen, werd hij ziek, en vertoonden
zich bij hem verschijnselen van krankzinnigheid. De genees-
heeren gaven hem den raad, den tocht niet verder mede te
maken, doch hij wilde niet terugkeeren. Toen hij genoeg-
zaam hersteld scheen, werd de tocht voortgezet. Op een
morgen, dat Karei VI met zijn gevolg door een bosch reed,
sprong eensklaps een man in een witten kiel, blootshoofds
en barrevoets uit de struiken, greep zijn paard bij de teugels
en riep uit: „Keer terug, keer terug, gg zijt verraden!"
Het gevolg verjoeg oogenblikkelijk den man, die echter uit
de verte bleef schreeuwen, dat de koning verraden was. Door
dit voorval was Karei diep geschokt. Hij zag somber voor
zich heen en sprak geen woord meer. Toen men het bosch
uit was, kwam men in eene zandige vlakte, die door de zon
werd beschenen. Het was een heete dag. Allen leden door
II. 25