Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.382
ment te laten beslissen. Dit bepaalde, dat het regentschap
aan den hertog van Anjou en de opvoeding van Karei VI en
diens broeder, den hertog van Orléans, aan de hertogen van
Bourgondië en van Bourbon zou worden opgedragen, terwijl
een vierde oom des jeugdigen konings, de hertog van Berry,
met het stadhouderschap over Languedoc zou worden bekleed.
Het eerste streven dezer vier ooms was om de hun opge-
dragen betrekking tot eigen voordeel aan te wenden. Het
schandelijkst deed dit de regent, de hertog van Anjou. De
belastingen, die hij ten eigen bate besteedde, deed hij met
de meeste gestrengheid invorderen: zelfs van de armste lieden
liet hij, als zij niet konden betalen, het weinigje huisraad,
dat zij bezaten, door zijne ambtenaren verkoopen. Daaren-
tegen deed hij niets om de ingezetenen te beschermen tegen
de afgedankte huurbenden, die roovend door het land trokken.
Dit wanbestuur wekte eene algemeene ontevredenheid op.
Te Parijs dwongen eenige honderden uit de laagste volks-
klasse den prévôt des marchands, den hertog Van Anjou
diens verkeerde handelwijze onder het oog te brengen, en
nadat de regent te vergeefs gepoogd had de volksmenigte met
schoone beloften te paaien, zag hij zich genoodzaakt de meest
drukkende belastingen in te trekken. In haar overmoed
pleegde de volksmenigte nu daden van geweld: zij vernielde
de belastingkantoren en mishandelde de Joden, die zij be-
schuldigde, zich een gedeelte van het opgebrachte geld te
hebben toegeëigend. Op dezelfde wijze als in Parijs hadden
er ook in andere steden oproerige bewegingen plaats.
De rust, die door het toegeven van den hertog van Anjou
was hersteld, werd opnieuw verbroken, toen deze in het vol-
gende jaar het besluit afkondigde, dat weder nieuwe belas-
tingen zouden worden ingevoerd. Terstond kwam het volk
van Parijs in opstand en maakte zich van het stadhuis
en de zich daar bevindende wapenen meester, terwijl dat van
Rouaan den koninklijken ontvanger der belastingen vermoordde
en de kas plunderde. Onmiddellijk daarop trok de hertog