Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.378
zijn zoon thuis. Bertrand kon het denkbeeld niet verdragen,
zulk een prachtig schouwspel, als het tournooi 1,e Hennes be-
loofde te zijn, te moeten missen. Daar zijn vader al zijne
paarden had medegenomen, nam hij een boeren werkpaard
en begaf zich naar Rennes, waar hij een bescheiden plaatsje
onder de toeschouwers innam. Een gevoel van opgetogenheid
doortintelde hem, toen hij de kampvechters in hunne schit-
terende wapenrustingen op vurige paarden in plechtigen op-
tocht langs de tribunes der schoone, sierlijk getooide dames
zag trekken. Maar spoedig daarop maakte zich een gevoel
van bitterheid van hem meester, omdat hij aan den strijd
geen deel kon nemen en het hem, naar hij meende, wegens
zijn leelijk gelaat toch nooit gelukken zou de dames te be-
hagen. Yan deze gedachten vervuld, aanschouwde hij, hoe
de ridders hunne behendigheid en kracht bij het lansbreken
ten toon spreidden, en steeds sterker werd in hem de be-
geerte, deel te nemen aan den strijd. Daar ziet hij een ridder,
die zijn bepaald aantal lansen had gebroken, het strijdperk
verlaten, om zich naar zijne woning te begeven. Bertrand
gaat hem achterna, volgt hem op zijne kamer, maakt zich
bekend en smeekt hem om eene wapenrusting en een strijd-
ros. De ridder, die met genoegen zulk een strijdlust in een
zoo jong edelman opmerkt, staat het verzoek toe, en weldra
is Bertrand, nadat hij zijn naam aan de herauten heeft be-
kend gemaakt, met gesloten vizier in het strijdperk. Een
ridder stapt vooruit, ten teeken, dat hij mei iemand eene
lans wil breken. Terstond geeft Bertrand, door het opsteken
der hand, te kennen, dat hij de uitdaging aanneemt. De
kampvechters rijden op eikander toe en Bertrand treft de
tegenpartij zoo geducht, dat deze met zijn paard omver valt,
en de helm hem van het hoofd vliegt. Zoodra de ridder,
die een oogenblik door den val bezwijmd lag, weder tot zich
zeiven was gekomen, wilde hij revanche hebben, doch hij
was den tweeden keer niet gelukkiger en droop toen af. Nu
kwam de heer Du Guesclin vooruit, om met dien onbeken-