Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.376
van den knaap zou gedragen worden, moest aan het gevaarlijke
oorlogsspel een einde komen.
Bertrand gehoorzaamde in zooverre, dat hij zijn leger
afdankte, maar kwam hij een zijner vroegere soldaten tegen,
dan dwong hij hem tot een gevecht met de vuist of met
den stok. Dewijl hij zijn tegenstander somtijds een arm stuk
sloeg of eene beduidende wonde toebracht, herhaalden zich
de klachten. Nu sloot zijn vader hem in eene kamer en
droeg allen bloedverwanten en edelen, die Bertrand daar kwa-
men bezoeken, op, dezen voor te houden, dat het hem ont-
eerde om met boeren, die geboren waren om hem te eerbie-
digen en te dienen, aan 't vechten te gaan. Bertrand gevoelde
zich door dit verwijt getroffen en beloofde, het zich niet meer
op den hals te halen, maar dewijl zijn vader twijfelde of zijn
zoon de kracht wel zou hebben, het voornemen om zich van
het vechten met boeren te onthouden, na te komen, hield hij
hem vooreerst nog opgesloten. Zulk ees leven was echter
voor bertrand niet uit te staan. Vier maanden had hij
op zijne kamer gezeten, toen hij van het oogenblik, dat
eene dienstbode binnen kwam om eenig werk te verrichten,
gebruik maakte om te ontsnappen. Hij sloot het meisje in
zijne kamer op en was in een oogenblik buiten het kasteel.
Daar kwam een der dienaren zijns vaders aanrijden op eene
kar met twee paarden bespannen. Terstond nam hij er één
van, en zonder zadelzonder teugel, slechts met een touw,
dat tot halster diende, reed hij ermede naar Eennes, waar
hij bij een oom zijn intrek nam, door wiens tusschenkomst
hij hoopte, dat zijn vader hem de vrijheid terug zou schen-
ken. Hij werd vriendelijk ontvangen en bleef er drie maan-
den zeer rustig. Toen werd er aangekondigd, dat er te Een-
nes op Zondag een groote worstelstrijd zou plaats hebben.
Zijne tante, die zijne neiging om eraan deel te nemen kende,
zocht er hem vandaan te houden door hem te verzoeken,
haar naar de kerk te vergezellen. Hij ging werkelijk met
haar mede, doch toen de dienst begonnen was, sloop hij stil